Officiële circulaire of interne kennisgeving op briefkaartformaat.
Origineel
Officiële circulaire of interne kennisgeving op briefkaartformaat. Omstreeks juli 1942 (gebaseerd op de code van de stadsdrukkerij: 7-42). In verband hiermede breng ik te Uwer kennis, dat U zich bij vacatures steeds zal
moeten wenden tot de Gemeentelijke Personeelsvoorziening, zoodat ook iedere over-
plaatsing of detacheering van een ambtenaar of arbeidscontractant van een anderen
diensttak naar den Uwen uitsluitend door bemiddeling van de Gemeentelijke Personeels-
voorziening tot stand zal moeten komen.
De Burgemeester van Amsterdam,
[handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[handtekening: J. F. Franken]
[Linksonder:]
Stadsdrukkerij Amsterdam 13564-7-42-150 * Kernboodschap: De centrale aansturing van het personeelsbeleid binnen de gemeente Amsterdam. Alle personeelsmutaties (vacatures, overplaatsingen en detacheringen) moeten verplicht via één centraal loket verlopen: de 'Gemeentelijke Personeelsvoorziening'.
* Terminologie: Het document maakt onderscheid tussen 'ambtenaren' (met een vaste aanstelling) en 'arbeidscontractanten' (personeel op contractbasis). De taal is formeel en directief, kenmerkend voor ambtelijke communicatie uit die periode ("breng ik te Uwer kennis", "steeds zal moeten wenden").
* Doelgroep: De tekst is gericht aan directeuren of hoofden van verschillende gemeentelijke diensten ("diensttak naar den Uwen").
* Handtekeningen: De handtekening van Edward Voûte is prominent aanwezig. Voûte werd door de Duitse bezetter aangesteld als burgemeester (regeringscommissaris) na het ontslag van burgemeester De Vlugt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datumcode onderaan (juli 1942) plaatst dit besluit in een tijd waarin de bezetter en de collaborerende autoriteiten de controle over het overheidsapparaat wilden maximaliseren.
De centralisatie van de personeelsvoorziening onder burgemeester Voûte had een tweeledig doel. Enerzijds diende het de efficiëntie, maar belangrijker was het politieke aspect: door alle aanstellingen en verplaatsingen centraal te regelen, kon de overheid strenger controleren wie er in dienst kwam of bleef. Dit vergemakkelijkte de uitsluiting van Joodse ambtenaren (die overigens in 1942 al grotendeels ontslagen waren) en personen die als 'politiek onbetrouwbaar' werden beschouwd door de bezetter, terwijl het de aanstelling van NSB-sympathisanten in sleutelposities vereenvoudigde. F. Franken J.F. Franken Gemeente Amsterdam NSB
Samenvatting
- Kernboodschap: De centrale aansturing van het personeelsbeleid binnen de gemeente Amsterdam. Alle personeelsmutaties (vacatures, overplaatsingen en detacheringen) moeten verplicht via één centraal loket verlopen: de 'Gemeentelijke Personeelsvoorziening'.
- Terminologie: Het document maakt onderscheid tussen 'ambtenaren' (met een vaste aanstelling) en 'arbeidscontractanten' (personeel op contractbasis). De taal is formeel en directief, kenmerkend voor ambtelijke communicatie uit die periode ("breng ik te Uwer kennis", "steeds zal moeten wenden").
- Doelgroep: De tekst is gericht aan directeuren of hoofden van verschillende gemeentelijke diensten ("diensttak naar den Uwen").
- Handtekeningen: De handtekening van Edward Voûte is prominent aanwezig. Voûte werd door de Duitse bezetter aangesteld als burgemeester (regeringscommissaris) na het ontslag van burgemeester De Vlugt.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De datumcode onderaan (juli 1942) plaatst dit besluit in een tijd waarin de bezetter en de collaborerende autoriteiten de controle over het overheidsapparaat wilden maximaliseren.
De centralisatie van de personeelsvoorziening onder burgemeester Voûte had een tweeledig doel. Enerzijds diende het de efficiëntie, maar belangrijker was het politieke aspect: door alle aanstellingen en verplaatsingen centraal te regelen, kon de overheid strenger controleren wie er in dienst kwam of bleef. Dit vergemakkelijkte de uitsluiting van Joodse ambtenaren (die overigens in 1942 al grotendeels ontslagen waren) en personen die als 'politiek onbetrouwbaar' werden beschouwd door de bezetter, terwijl het de aanstelling van NSB-sympathisanten in sleutelposities vereenvoudigde.