Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie 20 augustus 1942 De Directeur (dienst onbekend, waarschijnlijk een gemeentelijke instelling) Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Raadhuis, Alhier. Handgeschreven in blauw/groen potlood, linksboven:
Verzonden 20/8
Getypte tekst:
den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
8A/54/2 M. 20 Augustus 1942.
Verlenging tijdperk van
tijdelijken dienst van
ambtenaren.
Naar aanleiding van Uw circulaire van 15 dezer No. 1227 $^d$
Arb. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat eerst sedert eenige maan-
den bij mijn dienst ambtenaren in tijdelijken dienst zijn aangesteld
(jeugdige ambtenaren) en sedert enkele dagen ook volwassen ambtenaren
(contrôleurs). Voor mijn dienst vraagt derhalve de onderhavige aange-
legenheid voorloopig nog geen beslissing. Te zijner tijd zal ik, voor
zoover noodig, een en ander onder Uw aandacht brengen.
De Directeur, * **Fysieke staat:** Het document is een getypte doorslag op grijsachtig doorslagpapier. Er is een handgeschreven aantekening in de linkerbovenhoek die de verzenddatum bevestigt.
- Taal en stijl: Formeel-ambtelijk Nederlands, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van de naamvallen zoals "tijdelijken", "derhalve", "onderhavige"). De brief is zakelijk en beleefd ("heb ik de eer U te berichten").
- Structuur: De brief bevat een duidelijke adressering, een dossiernummer, een datum, een onderwerp-kopje en een korte tekstinhoud met een formele afsluiting.
- Inhoud: De directeur reageert op een circulaire over de verlenging van tijdelijke contracten. Hij geeft aan dat er momenteel nog geen beslissing nodig is omdat de betreffende ambtenaren (jongeren en controleurs) pas zeer kort in dienst zijn. Dit document stamt uit 20 augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Arbeidszaken" en de adressering "Alhier" (wat betekent dat de brief binnen dezelfde gemeente is verzonden) duiden op een communicatie tussen een gemeentelijke dienst en het centrale stadsbestuur.
In deze periode was de arbeidsmarkt sterk gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheid werkte onder toezicht van de Duitsers. De aanstelling van "contrôleurs" suggereert mogelijk een uitbreiding van toezichthoudende taken binnen de gemeente, wat vaker voorkwam tijdens de oorlog wegens distributie- of controlevraagstukken. De brief is echter puur administratief van aard en bevat geen directe politieke of ideologische verwijzingen.