Handgeschreven briefkaart of notitie op bruin papier.
Origineel
Handgeschreven briefkaart of notitie op bruin papier. 28 januari 1943. J. Fransman. 7/236 28-1-1943
Mijnheer
Met dat moet
ik u schrijven als
dat ik mijn vent
vergunning heb al
ingeleverd (A236)
19/1 of 20/1
Hoog Achtend
J Fransman
Lepelkruisstraat 15
Alhier * Taal en stijl: De tekst is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met enkele grammaticale onvolkomenheden ("Met dat moet ik u schrijven als dat ik..."). Het gebruik van het woord "vent" voor echtgenoot duidt op een informele achtergrond van de schrijfster.
* Inhoud: De schrijfster informeert de geadresseerde (waarschijnlijk een functionaris van de Joodsche Raad) dat zij de "vergunning" (vrijstelling of 'Sperre') van haar echtgenoot al heeft ingeleverd op 19 of 20 januari 1943.
* Identificatie: Op basis van het adres Lepelkruisstraat 15 in Amsterdam en de naam Fransman, kan dit document gekoppeld worden aan het gezin van Joseph Fransman (1891) en Jetje Fransman-de Leeuw (1894). Het is aannemelijk dat Jetje de schrijfster is. * Historische periode: Januari 1943 was een periode van hevige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen.
* De "vergunning": In deze periode waren 'Sperren' (vrijstellingen van deportatie op basis van werk of andere redenen) cruciaal. Het inleveren of verlengen van deze papieren was een bron van enorme onzekerheid en bureaucratische rompslomp voor de Joodse bevolking.
* Lot van de afzender: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Joseph als Jetje Fransman in 1943 zijn weggevoerd. Beiden zijn in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit briefje getuigt van de laatste, wanhopige pogingen om administratieve zaken op orde te krijgen in de hoop deportatie te voorkomen of te vertragen. J. Fransman
Samenvatting
- Taal en stijl: De tekst is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met enkele grammaticale onvolkomenheden ("Met dat moet ik u schrijven als dat ik..."). Het gebruik van het woord "vent" voor echtgenoot duidt op een informele achtergrond van de schrijfster.
- Inhoud: De schrijfster informeert de geadresseerde (waarschijnlijk een functionaris van de Joodsche Raad) dat zij de "vergunning" (vrijstelling of 'Sperre') van haar echtgenoot al heeft ingeleverd op 19 of 20 januari 1943.
- Identificatie: Op basis van het adres Lepelkruisstraat 15 in Amsterdam en de naam Fransman, kan dit document gekoppeld worden aan het gezin van Joseph Fransman (1891) en Jetje Fransman-de Leeuw (1894). Het is aannemelijk dat Jetje de schrijfster is.
Historische Context
- Historische periode: Januari 1943 was een periode van hevige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen.
- De "vergunning": In deze periode waren 'Sperren' (vrijstellingen van deportatie op basis van werk of andere redenen) cruciaal. Het inleveren of verlengen van deze papieren was een bron van enorme onzekerheid en bureaucratische rompslomp voor de Joodse bevolking.
- Lot van de afzender: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Joseph als Jetje Fransman in 1943 zijn weggevoerd. Beiden zijn in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit briefje getuigt van de laatste, wanhopige pogingen om administratieve zaken op orde te krijgen in de hoop deportatie te voorkomen of te vertragen.