Handgeschreven brief/bericht op briefkaartformaat.
Origineel
Handgeschreven brief/bericht op briefkaartformaat. 27 januari 1942. C. v. Kolm. 27 – 1 – ’42
Mijne Heeren
Bij deze deel ik u
mede als dat ik een
oproep heb gekregen
voor mijn ventvergunning
in te leveren Aangezien
ik deze afgegeven heeft
op het Museumplein 19
Bij de Duitsche instantie
dus ik kan hem niet
in leveren
Hoogachtend
C. v. Kolm
2e Oosterparkstraat 42 I
A dam. De schrijver, C. v. Kolm, reageert op een officiële oproep (vermoedelijk van een Nederlandse gemeentelijke instantie zoals de Marktwezen of de politie) om zijn of haar ventvergunning in te leveren. De schrijver legt uit dat dit fysiek onmogelijk is, omdat de vergunning reeds is afgegeven bij een "Duitsche instantie" gevestigd aan het Museumplein 19 in Amsterdam.
Het taalgebruik is enigszins gebrekkig ("afgegeven heeft" in plaats van "heb", "in leveren" als twee woorden), wat duidt op een persoon uit de arbeidersklasse of iemand die onder grote spanning schreef. De toon is echter formeel en beleefd ("Mijne Heeren", "Hoogachtend"). Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in bezet Nederland.
- Datum en Locatie: In januari 1942 was de uitsluiting van Joodse burgers van het economisch leven in volle gang. Joden mochten steeds minder beroepen uitoefenen.
- Museumplein 19: Dit adres is historisch zeer significant. Hier was tijdens de bezetting de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (Centrale voor Joodse Emigratie) gevestigd. Ondanks de eufemistische naam was dit het hoofdkwartier van waaruit de deportaties en de onteigening van Joodse bezittingen in Amsterdam werden georganiseerd.
- Ventvergunning: Voor veel Joodse Amsterdammers was straathandel (venten) een belangrijke bron van inkomsten. Het feit dat de vergunning bij de Zentralstelle moest worden ingeleverd, wijst erop dat de afzender als Joods was geregistreerd en systematisch van zijn/haar middelen van bestaan werd beroofd.
- De afzender: De 2e Oosterparkstraat lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. Gezien de context van de brief en het adres Museumplein 19, is de kans vrijwel zeker dat C. v. Kolm een Joodse Amsterdammer was die probeerde te voldoen aan tegenstrijdige bureaucratische eisen van zowel de Nederlandse als de Duitse overheid. Marktwezen Politie Zentralstelle
Samenvatting
De schrijver, C. v. Kolm, reageert op een officiële oproep (vermoedelijk van een Nederlandse gemeentelijke instantie zoals de Marktwezen of de politie) om zijn of haar ventvergunning in te leveren. De schrijver legt uit dat dit fysiek onmogelijk is, omdat de vergunning reeds is afgegeven bij een "Duitsche instantie" gevestigd aan het Museumplein 19 in Amsterdam.
Het taalgebruik is enigszins gebrekkig ("afgegeven heeft" in plaats van "heb", "in leveren" als twee woorden), wat duidt op een persoon uit de arbeidersklasse of iemand die onder grote spanning schreef. De toon is echter formeel en beleefd ("Mijne Heeren", "Hoogachtend").
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging in bezet Nederland.
- Datum en Locatie: In januari 1942 was de uitsluiting van Joodse burgers van het economisch leven in volle gang. Joden mochten steeds minder beroepen uitoefenen.
- Museumplein 19: Dit adres is historisch zeer significant. Hier was tijdens de bezetting de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (Centrale voor Joodse Emigratie) gevestigd. Ondanks de eufemistische naam was dit het hoofdkwartier van waaruit de deportaties en de onteigening van Joodse bezittingen in Amsterdam werden georganiseerd.
- Ventvergunning: Voor veel Joodse Amsterdammers was straathandel (venten) een belangrijke bron van inkomsten. Het feit dat de vergunning bij de Zentralstelle moest worden ingeleverd, wijst erop dat de afzender als Joods was geregistreerd en systematisch van zijn/haar middelen van bestaan werd beroofd.
- De afzender: De 2e Oosterparkstraat lag in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. Gezien de context van de brief en het adres Museumplein 19, is de kans vrijwel zeker dat C. v. Kolm een Joodse Amsterdammer was die probeerde te voldoen aan tegenstrijdige bureaucratische eisen van zowel de Nederlandse als de Duitse overheid.