Dienstbrief van de Duitse bezettingsautoriteit aan de gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Duitse bezettingsautoriteit aan de gemeente Amsterdam. 13 januari 1942. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam, Akt. Verw. (Administratieve Afdeling). De Burgemeester van de Gemeente Amsterdam, Stadhuis. [Briefhoofd linksboven in rood stempel]
№ 100/17 A.Z. 1942
[Briefhoofd middenboven in blauw stempel]
№ 94/5 L.M. 1942 15/1
[Logo: Rijksadelaar met hakenkruis]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
Akt. Verw.
AMSTERDAM, den 13.1.1942.
MUSEUMPLEIN 19
TEL. 97101
An den
Herrn Bürgermeister der Gemeinde
Amsterdam,
A m s t e r d a m,
Rathaus.
Betr.: Jüdischen Strassenhandel.
Bei der Nachprüfung des jüdischen Strassenhandels habe ich festgestellt, dass der jüdische Strassenhändler S c h e f f e r, geb. 25.8.1900 zu Amsterdam, wohnhaft Amsterdam, Vroolikstraat 86/hs, von einem Strassenkarren aus an der Ecke Rijnstraat und Uiterwaardenstraat minderwertige Äpfel weit über den festgesetzten Preis verkaufte. Die Angelegenheit wurde der Inspectie voor Prijsbeheersching gemeldet. Die dem Scheffer abgenommenen Ausweise,
den "Legitimatiebeweis Centrale Markt Amsterdam"
die "Ventvergunning der Gemeente Amsterdam"
füge ich in der Anlage bei.
In Vertretung:
[Handtekening: Krammer]
Referent.
[Stempel rechtsonder, paars]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen [doorgehaald: om advies] ter verdere behandeling.
A'dam, 19 Januari 1942
[Handtekening]
[Blauw stempel daaronder]
№ 10/3/15 M. 1942 20/1
[Stempel linksonder, rood]
Nr 100/17 A.Z. 1942
van Burgemeester:
weth. L. M., t.v.b.
Datum 16 JAN. 1942 Paraaf K. * Inhoud: De brief is een officiële rapportage van de Duitse Beauftragte (gevolmachtigde) voor Amsterdam aan de burgemeester. Er wordt melding gemaakt van een overtreding door een Joodse straathandelaar genaamd Scheffer.
* Overtreding: Scheffer wordt ervan beschuldigd op de hoek van de Rijnstraat en de Uiterwaardenstraat (Amsterdam-Zuid) appels van minderwaardige kwaliteit te hebben verkocht tegen prijzen die ver boven de vastgestelde maximumprijs lagen.
* Sancties: De zaak is gemeld bij de Inspectie voor de Prijsbeheersing. Bovendien zijn zijn legitimatiebewijs voor de Centrale Markt en zijn gemeentelijke ventvergunning in beslag genomen en bij deze brief gevoegd.
* Bureaucratische route: Het document toont de nauwe samenwerking tussen de bezetter en het Nederlandse ambtelijk apparaat. De brief komt binnen bij de afdeling Algemene Zaken (A.Z.) op 16 januari, wordt doorgeleid naar de wethouder van Levensmiddelen (L.M.) en eindigt op 19 januari bij de Directeur van het Marktwezen voor verdere afhandeling. Dit document stamt uit januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds verstikkender werden. De straathandel was voor veel Joden een van de weinige resterende manieren om een inkomen te verwerven, nadat ze uit vele beroepen waren gezet.
De controle op prijzen was tijdens de oorlog streng vanwege de schaarste en de zwarte handel. Echter, de specifieke vermelding van de Joodse identiteit van de handelaar in deze brief wijst op de gerichte surveillance en vervolging van Joodse burgers door de bezettingsautoriteiten. De inbeslagname van de ventvergunning betekende in feite een beroepsverbod voor de betrokkene. Voor dhr. Scheffer had deze bureaucratische melding waarschijnlijk verstrekkende gevolgen, aangezien dergelijke overtredingen in die tijd vaak leidden tot zware straffen of deportatie.