Officieel ambtelijk schrijven/advies van de politie.
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven/advies van de politie. Voorloopig zou het "opkoopen" hierby dan weer, evenals voorheen, in alle straten kunnen worden vrygelaten. Mocht daarna blyken, dat het (nieuwe) ventverbod zich voor sommige straten, in verband met ondervonden hinder, toch weer tot "opkoopen" moet uitstrekken, dan zou het verbod ten aanzien van die bepaalde straten, aan de hand van het aangevulde artikel 3 van meergenoemde verordening, dienovereenkomstig kunnen worden uitgebreid (de beperking - zie boven - kunnen worden opgeheven).
Het treffen van een algemeene regeling in boven aangegeven richting verdient m.i. voor de geheele stad de voorkeur boven het verstrekken van individueele dispensaties van een ventverbod aan de lompenventers.
Overigens zal by nadere uitwerking van de onderhavige kwestie tevens rekening dienen te worden gehouden met het aanhangige voorstel inzake de oud-papierophalers.
Coll:
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie,
Toegevoegd voor de Administratie,
w.g. H.Holsbergen. De kern van dit document betreft het beleid rondom straathandel, specifiek het opkopen van goederen (zoals lompen en oud papier). De politie adviseert om dit in eerste instantie overal toe te staan ("vrygelaten"). Er wordt echter een slag om de arm gehouden: indien er in bepaalde straten overlast ("hinder") ontstaat, biedt een voorgestelde wijziging van 'artikel 3' van de plaatselijke verordening de juridische basis om het verbod alsnog lokaal toe te passen.
Opvallend is de voorkeur van de korpsleiding voor een algemene, stadsbrede regeling. Men wil voorkomen dat er een wildgroei ontstaat aan individuele ontheffingen (dispensaties) voor individuele lompenventers, wat waarschijnlijk als administratief belastend of onrechtvaardig werd gezien. De tekst onderstreept de noodzaak om dit beleid af te stemmen op een ander lopend voorstel betreffende de oud-papierophalers. Dit document stamt uit een periode (vermoedelijk de jaren '20 of '30 van de 20e eeuw, gezien de spelling en de naam H. Holsbergen) waarin de handel in herbruikbare materialen zoals textiel (lompen) en papier een belangrijke bron van inkomsten was voor de armere bevolkingslagen. De overheid probeerde deze informele economie te reguleren via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) om de openbare orde en rust in de straten te handhaven.
H. Holsbergen was een prominente politiefunctionaris (onder meer werkzaam in Amsterdam), wat suggereert dat dit document betrekking heeft op een grote Nederlandse gemeente waar de druk op de publieke ruimte groot was. De discussie over het verbieden of reguleren van "venten" (het aanbieden of opkopen van goederen aan de deur) is een terugkerend thema in de Nederlandse gemeentepolitiek van de 20e eeuw.