Politierapport / Ambtsbericht (Afschrift)
Origineel
Politierapport / Ambtsbericht (Afschrift) 29 april 1938 No. 18/18/2 M. 1938 4/5.
No. 599 L.M. 1937 3/5-'38. AFSCHRIFT. -
H O O F D B U R E A U V A N P O L I T I E T E A M S T E R D A M .
Dict.Rzn/Mi.
Lr.S.No.3090/1938.
Dossier V.6.a. AMSTERDAM, 29 April 1938.
Onder terugzending van bygaande my, by Uw kantteekening d.d. 7 Maart
1938, no. 388 A. Z, inhanden gestelde apostille met bylagen van den
Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en
Zweminrichtingen, d.d. 4 Maart 1938, no. 599 L. M., heb ik de eer
UEdelAchtbare het volgende te berichten:
Aan de ophalers van oud papier werd in den loop der jaren dezerzyds
steeds aandacht besteed, waarby van hen, die werden aangetroffen,
namen en verdere gegevens werden genoteerd. Sedert begin 1935 werden
201 personen geadministreerd.
Van deze 201 personen waren er 82 die voor een of ander misdryf met
Justitie of Politie in aanraking waren geweest.
Onder deze personen kwamen 3 vrouwen voor; één dezer was een 62-
jarige vrouw, die doorgaans met behulp van haar 38-jarigen achter-
lyken zoon ophaalde (deze reed dan de kar); een 38-jarige vrouw ging
geregeld met haar echtgenoot mede en het kwam dan voor, dat zy hun
4 à 5 jarig kind in de bakfiets medenamen; een 25-jarige vrouw
haalde tezamen met haar 18-jarigen neef oud papier op.
Voorts werden de volgende minderjarigen aangetroffen: één jongen van
14 jaar, die zyn 16-jarigen broer behulpzaam was; drie jongens van
17 jaar, van wie één een 60-jarigen man behulpzaam was en één zyn
23-jarigen broer; drie jongens van 18 jaar en zes jongens van 19
jaar, van wie één zyn 25-jarigen broer hielp en acht van 20 jaar.
Het is inderdaad juist, dat tegenwoordig een vry groot aantal per-
sonen er werk van maakt, langs de huizen der ingezetenen oude kran-
ten op te halen, welke zy om niet ontvangen. Behalve oude kranten
worden hun ook wel andere zaken, als vodden, oude meubelstukken,
enz., medegegeven. Dat zy deze artikelen veelal zouden "opkoopen",
dus tegen betaling in ontvangst nemen, kan echter niet onderschreven
worden.
Aan den Heer Burgemeester
van
AMSTERDAM. * Kernboodschap: De Amsterdamse politie rapporteert over de actieve monitoring van papierophalers. De brief dient als antwoord op een vraag van de burgemeester, die weer voortkwam uit een schrijven van de wethouder voor Levensmiddelen.
* Statistiek en Criminaliteit: De politie legt een sterke nadruk op de koppeling tussen armoede en criminaliteit. Van de 201 geregistreerde personen heeft ruim 40% (82 personen) een politie- of justitieel verleden. Dit typeert de wantrouwige blik van de autoriteiten op de informele economie in die tijd.
* Sociale aspecten: Het document biedt een uniek inkijkje in de overlevingsstrategieën van gezinnen aan de onderkant van de samenleving. Men ziet vrouwen die met hun kinderen in de bakfiets of met hun verstandelijk beperkte zoon ("achterlyken zoon") langs de deuren gaan.
* Economische aard: De politie verduidelijkt dat het hier niet gaat om handel (inkoop), maar om het gratis ophalen ("om niet ontvangen") van afgedankte goederen zoals kranten, vodden en oude meubels. * Crisis van de jaren '30: In 1938 ondervond Nederland nog de gevolgen van de economische depressie. Veel mensen waren werkloos en zochten hun toevlucht tot kleinschalige, ongeorganiseerde arbeid zoals het ophalen van 'lompen en metalen'.
* Stadsbeheer: De betrokkenheid van de Wethouder voor Levensmiddelen en Schoonmaakinrichtingen duidt erop dat de gemeente de wildgroei aan ophalers wellicht wilde reguleren vanuit oogpunt van stadsreiniging, hygiëne of concurrentie met officiële diensten.
* Taal en Spelling: De tekst is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke taal met de spelling-Marchant (of nog ouder, gezien het veelvuldige gebruik van de 'y' voor 'ij' op de typemachine). De term "achterlyken" was in 1938 de gangbare (maar tegenwoordig als beledigend ervaren) term voor iemand met een verstandelijke beperking.