Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering.
Origineel
Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering. Omstreeks 1937 (gebaseerd op de referentie "L.M.1937" onderaan de pagina). -4-
werkt in het diamantvak. In 1931 zou hy nog hebben gevent,
doch sedertdien geniet hy volledige ondersteuning van het
Gemeentelyke Bureau voor Maatschappelyken Steun. De vrouw
van adressant is sedert jaren ziekelyk, zoodat hy de
huishouding moest waarnemen; doordat hy gedurende den tyd
van zyn huishoudelyke werkzaamheden geheel van het ver-
keer met andere straatventers was uitgesloten en hy geen
geld heeft kunnen missen om zich op een dagblad te abon-
neeren, was hem het feit, van het bestaan van een termyn,
binnen welken aanvragen voor een vergunning moesten wor-
den ingediend, niet bekend. Hy heeft daarom verzuimd ty-
dig zyn aanvrage in te dienen.
De Commissie acht de vorenvermelde motieven niet vol-
doende; adressant heeft practisch de laatste tien jaren
niet meer van het venten te Amsterdam zyn beroep gemaakt;
het is onaannemelyk te achten, dat adressant nimmer heeft
gehoord, dat hy een vergunning moest aanvragen. Indien
adressant sedert 1931 zelf ziek was geweest, dan zou er
over zyn verzoek nog te denken vallen; nu betreft het
echter zyn vrouw. De Commissie is van meening, dat hier
geen byzondere omstandigheden aanwezig zyn, waarom adres-
sant destyds zyn vergunning niet heeft aangevraagd.
De heer Presser wyst er nog op, dat adressant door Maatschappelyken
Steun nimmer als bona-fide venter is beschouwd; dit valt
op te maken uit het bedrag van zyn steunuitkeering.
De heeren Van 't Hek, Presser en Neeter zyn tegen het verleenen van een
ventvergunning aan adressant.
De heer Gaaikema deelt mede, dat er voor de Politie, gezien de stukken,
geen bezwaar bestaat, dat aan adressant alsnog een vent-
vergunning wordt uitgereikt.
De heer Seegers komt ter vergadering.
Verzoek van Mevr. M.E. Botter-Jansen om haar alsnog een
ventvergunning te verleenen (om advies aan de Commissie
gezonden onder no. 62/322 L.M.1937).
De Voorzitter deelt mede, dat adressante destyds niet tydig een vent-
vergunning heeft aangevraagd, tengevolge van onwetend-
heid. Onder de stukken bevinden zich verklaringen van Het document is een verslag van een besluitvormingsproces binnen een Amsterdamse gemeentelijke commissie (waarschijnlijk de Commissie voor het Markt- en Ventwezen). Er worden twee specifieke casussen besproken van burgers die te laat een ventvergunning hebben aangevraagd.
- Casus 1 (naamloze adressant): Een man die werkzaam was in het diamantvak maar sinds 1931 een steunuitkering ontvangt. Hij voert aan dat hij door de zorg voor zijn zieke vrouw en gebrek aan financiële middelen voor een krant niet op de hoogte was van de aanvraagtermijn. De commissie wijst dit verzoek resoluut af. De toon is streng: men gelooft zijn onwetenheid niet en stelt op basis van zijn uitkering vast dat hij geen "bona-fide" (oprechte) venter is. Opvallend is het verschil in inzicht tussen de commissieleden (negatief) en de politie (geen bezwaar).
- Casus 2 (Mevr. M.E. Botter-Jansen): Een nieuwe zaak die onderaan de pagina begint. Ook hier is sprake van een te late aanvraag wegens "onwetendheid".
Het document illustreert de strikte handhaving van regelgeving rondom straathandel in de jaren dertig, een periode van economische crisis waarin de overheid nauwlettend toezag op wie recht had op een zelfstandig inkomen versus sociale steun. De tekst bevat sterke aanwijzingen voor de sociaaleconomische geschiedenis van Amsterdam in de late jaren 30. Het "diamantvak" was destijds een prominente sector in Amsterdam, met een groot aandeel Joodse arbeiders. De naam "Presser" (mogelijk Jacques Presser of een familielid, hoewel Presser een veelvoorkomende naam was) versterkt dit vermoeden van een Amsterdamse context. De documentatie van het "Gemeentelyke Bureau voor Maatschappelyken Steun" verwijst naar het vooroorlogse armenzorgsysteem, waarbij de hoogte van de steun nauwgezet werd gebruikt om iemands arbeidsverleden en status te beoordelen. Dergelijke documenten zijn vaak terug te vinden in de archieven van de Dienst Marktwezen of het Stadsarchief Amsterdam.