Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 94
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte notulen (pagina 10 van een groter verslag).

Vermoedelijk eind 1933 of begin 1934 (gezien de referentie naar het jaar 1933 in de tekst).

Origineel

Getypte notulen (pagina 10 van een groter verslag). Vermoedelijk eind 1933 of begin 1934 (gezien de referentie naar het jaar 1933 in de tekst). -10-

geheel door den bona fide handel kan worden overgenomen.
Op vraag 3 antwoordt spreker, dat het niet de bedoeling
der venters is, om het werk der liefdadige instellingen
onmogelijk te maken. Het is echter wel voorgekomen, dat
bepaalde instellingen gewoon langs de huizen doen venten
(door het luiden van een bel). De aldus opgehaalde
goederen werden dan later verkocht. Hieraan dient een
einde gemaakt te worden.

De Secretaris acht het mogelijk de instellingen buiten de contrôle te houden en ze dus ongemoeid te laten werken.

De Voorzitter acht het gewenscht deze moeilijke materie rustig te overwegen. Spreker noodigt den heer Presser uit een nota te ontwerpen over de consequenties bij uitvoering van de in de heden besproken nota vermelde voorstellen.

De heer Presser zegt toe, een nota te zullen indienen over hetgeen hierboven door hem in het kort is uiteengezet.

De Voorzitter zal inmiddels tevens bij den Armenraad doen informeeren naar den omvang van den arbeid der liefdadige instellingen.

Rondvraag.

De heer Van 't Hek verzoekt nogmaals te doen optreden tegen de Balkaneezen met hun kleeden.

De Voorzitter is eveneens van meening, dat hiertegen opgetreden moet worden, indien de hier bedoelde personen niet in het bezit van een ventvergunning zijn.
De Inspecteur zal hieraan aandacht wijden en in de volgende vergadering hierover mededeelingen doen.

De heer Presser vraagt, of het waar is, dat ten Stadhuize geen overschrijving naar het artikel lompen wordt toegestaan, indien in 1933 geen ventvergunning voor lompen is aangevraagd.

De Secretaris antwoordt hierop ontkennend. Slechts wordt, voor zoo ver aan spreker bekend is, geen overschrijving naar lompen verleend, indien niet eerder het artikel lompen in de ventvergunning is vermeld geweest.

De vergadering wordt hierna gesloten.

D/HG Dit document betreft een verslag van een ambtelijke of bestuurlijke vergadering over de regulering van de straathandel. De belangrijkste punten zijn:

  1. Conflict tussen handel en liefdadigheid: Er is spanning tussen professionele venters ("bona fide handel") en liefdadigheidsinstellingen. De kritiek luidt dat sommige instellingen zich als commerciële partijen gedragen door met bellen langs de deuren te gaan en opgehaalde goederen te verkopen.
  2. Vergunningenstelsel: Er wordt strikt gekeken naar de "ventvergunning". Het beleid rondom de handel in "lompen" (oud textiel) is specifiek onderwerp van discussie; men mag blijkbaar niet zomaar overstappen op deze handel als dit niet eerder op de vergunning stond.
  3. Handhaving en etnische profilering: De expliciete vermelding van "Balkaneezen met hun kleeden" wijst op een gerichte focus van de autoriteiten op specifieke (migranten)groepen die in textiel handelden. Er wordt aangedrongen op strenger optreden tegen deze groep als zij geen vergunning hebben.
  4. Administratieve opvolging: De heer Presser krijgt de opdracht de voorstellen en consequenties in een officiële nota uit te werken, terwijl de Voorzitter informatie inwint bij de Armenraad. De tekst dateert uit de vroege jaren '30, de tijd van de Grote Depressie. In deze crisisjaren was de straathandel voor velen een laatste redmiddel om in het levensonderhoud te voorzien, wat leidde tot een enorme toename van het aantal venters. Gemeenten probeerden deze wildgroei te beteugelen door middel van strenge vergunningsstelsels en politietoezicht.

De term "Balkaneezen" in de context van de kleedenhandel verwijst waarschijnlijk naar Sinti, Roma of andere groepen uit Zuidoost-Europa die destijds in Nederland rondtrokken als handelaren. De overheid probeerde hun activiteiten vaak te beperken via de Wet op de Straathandel. De discussie over de "Armenraad" en liefdadigheidsinstellingen laat zien dat de grens tussen armoedebestrijding en marktverstoring een gevoelig politiek punt was in een tijd van grote sociale nood.

Samenvatting

Dit document betreft een verslag van een ambtelijke of bestuurlijke vergadering over de regulering van de straathandel. De belangrijkste punten zijn:

  1. Conflict tussen handel en liefdadigheid: Er is spanning tussen professionele venters ("bona fide handel") en liefdadigheidsinstellingen. De kritiek luidt dat sommige instellingen zich als commerciële partijen gedragen door met bellen langs de deuren te gaan en opgehaalde goederen te verkopen.
  2. Vergunningenstelsel: Er wordt strikt gekeken naar de "ventvergunning". Het beleid rondom de handel in "lompen" (oud textiel) is specifiek onderwerp van discussie; men mag blijkbaar niet zomaar overstappen op deze handel als dit niet eerder op de vergunning stond.
  3. Handhaving en etnische profilering: De expliciete vermelding van "Balkaneezen met hun kleeden" wijst op een gerichte focus van de autoriteiten op specifieke (migranten)groepen die in textiel handelden. Er wordt aangedrongen op strenger optreden tegen deze groep als zij geen vergunning hebben.
  4. Administratieve opvolging: De heer Presser krijgt de opdracht de voorstellen en consequenties in een officiële nota uit te werken, terwijl de Voorzitter informatie inwint bij de Armenraad.

Historische Context

De tekst dateert uit de vroege jaren '30, de tijd van de Grote Depressie. In deze crisisjaren was de straathandel voor velen een laatste redmiddel om in het levensonderhoud te voorzien, wat leidde tot een enorme toename van het aantal venters. Gemeenten probeerden deze wildgroei te beteugelen door middel van strenge vergunningsstelsels en politietoezicht.

De term "Balkaneezen" in de context van de kleedenhandel verwijst waarschijnlijk naar Sinti, Roma of andere groepen uit Zuidoost-Europa die destijds in Nederland rondtrokken als handelaren. De overheid probeerde hun activiteiten vaak te beperken via de Wet op de Straathandel. De discussie over de "Armenraad" en liefdadigheidsinstellingen laat zien dat de grens tussen armoedebestrijding en marktverstoring een gevoelig politiek punt was in een tijd van grote sociale nood.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →