Ambtelijke brief/nota.
Origineel
Ambtelijke brief/nota. 19 oktober 1938. GEMEENTE AMSTERDAM
AMSTERDAM, 19 October 1938.
AFD. L.M.
No. 599 - 1937.
BIJLAGEN
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Hierbij hebben wij de eer het navolgende onder Uw aandacht te brengen.
De Ventverordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 24 Mei 1933, zooals die laatstelijk gewijzigd is bij Raadsbesluit van 17 Mei 1934 (Gem. blad 1934, afd. 3, volgn. 102), verbiedt in art. 1 eerste lid het venten op of aan den openbaren weg of aan of in de huizen, met andere voorwerpen of stoffen dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen. Die verbodsbepaling is echter niet toepasselijk op hem, die handelt met schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders, d.w.z. op den houder van een zoogenaamde ventvergunning.
Krachtens het tweede lid van art. 1 van bovengenoemde verordening wordt met het in het eerste lid bedoelde venten gelijkgesteld het opkoopen van voorwerpen of stoffen, van welken aard ook, op of aan den openbaren weg, of aan of in de huizen, te water, aan boord van vaartuigen, in slaapsteden, in logementen, enz. Ingevolge die bepaling wordt dus ook het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken gelijkgesteld met het venten met die stukken. Waar dit laatste echter ingevolge art. 1 eerste lid der huidige Ventverordening niet verboden is, is het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken, dat dus ook niet.
Herhaaldelijk hebben ons klachten bereikt omtrent moeilijkheden bij de toepassing der Ventverordening met betrekking tot de opkoopers (lompenventers). In Augustus 1937 rapporteerde de Venters- en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Belang", dat het aantal clandestiene opkoopers zich steeds meer uitbreidt en wel door de zeer belangrijke groep menschen, die zich huis aan huis vervoegen om oud papier, kranten, lompen, enz. om niet in ontvangst te nemen. Door deze clandestiene opkoopers zouden, naar de klacht luidde, de bona fide opkoopers, die registers moeten bijhouden, ventgeld betalen en zich voor hun arbeidsterrein houden aan het hun toegewezen rayon, ernstig worden benadeeld.
Over deze kwestie heeft de Permanente Commissie van advies inzake de ventvergunningen advies uitgebracht. Alvorens U haar advies mede te
Aan den heer Voorzitter van de
Commissie voor de Strafveror-
deningen.
Model G.A. 7
25.000-5-'38 * Juridische kern: Het document behandelt een maas in de wetgeving van de Ventverordening. Omdat het verkopen (venten) van drukwerk (kranten, boeken) vrijgesteld is van een vergunningsplicht, is volgens de letter van de toenmalige wet ook het opkopen ervan vrijgesteld.
* Probleemstelling: Er is sprake van oneerlijke concurrentie. Erkende "lompenventers" (opkopers van oude materialen) moeten aan strikte regels voldoen: ze betalen voor een vergunning, moeten registers bijhouden (ter voorkoming van heling) en zijn gebonden aan specifieke wijken (rayons). Een groeiende groep "clandestiene" lieden haalt echter gratis ("om niet") oud papier en lompen op bij de huizen zonder deze lasten.
* Belangengroepen: De vereniging "Ons Belang" treedt hier op als belangenbehartiger voor de legale straathandelaren en dringt aan op strengere regulering of een aanpassing van de verordening.
* Bestuurlijke weg: Het document is een voorzet van de afdeling L.M. (waarschijnlijk Leges en Marktwezen) aan de Commissie voor de Strafverordeningen om te adviseren over een mogelijke wetswijziging. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin de economische nasleep van de crisis nog voelbaar was. Voor velen was het ophalen van oud papier en lompen een minimale vorm van bestaan. De Gemeente Amsterdam probeerde de openbare orde en de economische balans te bewaken door middel van een fijnmazig systeem van vergunningen.
De term "lompenventer" verwijst naar een beroep dat nagenoeg verdwenen is, maar destijds essentieel was voor de recyclingindustrie. De "slaapsteden" en "logementen" die in de tekst worden genoemd, verwijzen naar de vaak armoedige huisvesting van de doelgroep waarop deze verordening toezag. Het document illustreert de bureaucratische nauwgezetheid waarmee de gemeente probeerde zelfs de kleinste vormen van straathandel juridisch te dichttimmeren.