Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 96
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk advies of brieffragment betreffende lokale verordeningen.

October 1938

Origineel

Ambtelijk advies of brieffragment betreffende lokale verordeningen. October 1938 No. 599 L.M.-1937- -2- October 1938.

deelen, meenen wij nog het navolgende onder Uw aandacht te moeten brengen.

Krachtens art.437 van het Wetboek van Strafrecht wordt o.a. gestraft "de opkooper .................... die geen doorloopend register houdt, of in het door hem gehouden register niet onverwijld aanteekening houdt van alle door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, enz."

Art.90 bis van het Wetboek van Strafrecht verstaat onder "opkoopen", "hij, die van het opkoopen een beroep of een gewoonte maakt", terwijl krachtens het tweede lid van dit artikel onder "opkoopen" vallen: "alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmede kenlijk hetzelfde wordt beoogd". Het staat dus vast, dat ook degene, die zijn beroep of gewoonte maakt van het ten geschenke aannemen van goederen - gelijk de ophalers van oude kranten hier ter stede doen - als "opkooper" in den zin van het Wetboek van Strafrecht moeten worden aangemerkt en dus een register moet bijhouden. Dit laatste doen de ophalers van oude kranten niet. Indien men op grond daarvan tegen hen zou willen optreden, zou dit echter alleen ten gevolge hebben, dat zij een register zouden aanschaffen, terwijl de Ventverordening dan toch verder niet op hen van toepassing zou zijn, zoodat de gewenschte beperking van hun aantal niet zou worden bereikt.

De Permanente Commissie van advies inzake Ventvergunningen heeft in de onderhavige kwestie als haar eenstemmig oordeel te kennen gegeven, dat de Ventverordening in dien zin zal moeten worden aangevuld, dat het ophalen van oud papier aan de huizen zal worden verboden, tenzij met vergunning van Burgemeester en Wethouders.

Wij meenen op grond van de aan ons uitgebrachte adviezen van den Directeur voor Maatschappelijken Steun en van de Politie dat wijziging van de Ventverordening in den door de Permanente Commissie van advies aangegeven zin wenschelijk is. Immers de ophalers van papier, in wezen verkapte opkoopers, kunnen door hun optreden de bona fide opkoopers, die wèl in het bezit zijn van een ventvergunning, benadeelen, terwijl zij de Ventverordening, voor zoover deze op opkoopers betrekking heeft, ondermijnen. Wordt het ophalen van papier aan de huizen onder de Ventverordening gebracht, en het ophalen daarvan, * Juridische argumentatie: De tekst baseert zich op het Wetboek van Strafrecht (art. 437 en 90 bis) om aan te tonen dat papierophalers juridisch gezien als 'opkopers' gelden, ook al betalen ze niet voor het papier (het 'ten geschenke aannemen' valt onder de definitie).
* Beleidsmatig probleem: Hoewel ze strafbaar zijn omdat ze geen register bijhouden, lost handhaving op dat punt het eigenlijke probleem niet op. Als de ophalers een register zouden gaan bijhouden, zouden ze nog steeds ongecontroleerd kunnen opereren omdat de lokale Ventverordening (die de aantallen reguleert) op dat moment nog niet op hen van toepassing is.
* Voorgestelde oplossing: De tekst adviseert om de Ventverordening uit te breiden. Door het ophalen van oud papier vergunningplichtig te maken, krijgt het college van Burgemeester en Wethouders de macht om het aantal ophalers te beperken en "bona fide" (te goeder trouw handelende) ondernemers te beschermen tegen oneerlijke concurrentie.
* Betrokken instanties: De Permanente Commissie van advies inzake Ventvergunningen, de Directeur voor Maatschappelijken Steun en de Politie. Dit document stamt uit 1938, een tijd van economische schaarste vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een wildgroei aan informele handel en het ophalen van herbruikbare materialen (zoals oud papier en vodden) als bron van inkomsten voor de armsten. De overheid probeerde deze informele sector te reguleren, enerzijds om overlast en criminaliteit (zoals heling, vandaar de registerplicht) tegen te gaan, en anderzijds om de markt te ordenen en officiële vergunninghouders te beschermen. De vermelding van de "Directeur voor Maatschappelijken Steun" suggereert dat de problematiek ook een sociale component had: men wilde waarschijnlijk voorkomen dat te veel mensen afhankelijk werden van deze onzekere, marginale handel.

Samenvatting

  • Juridische argumentatie: De tekst baseert zich op het Wetboek van Strafrecht (art. 437 en 90 bis) om aan te tonen dat papierophalers juridisch gezien als 'opkopers' gelden, ook al betalen ze niet voor het papier (het 'ten geschenke aannemen' valt onder de definitie).
  • Beleidsmatig probleem: Hoewel ze strafbaar zijn omdat ze geen register bijhouden, lost handhaving op dat punt het eigenlijke probleem niet op. Als de ophalers een register zouden gaan bijhouden, zouden ze nog steeds ongecontroleerd kunnen opereren omdat de lokale Ventverordening (die de aantallen reguleert) op dat moment nog niet op hen van toepassing is.
  • Voorgestelde oplossing: De tekst adviseert om de Ventverordening uit te breiden. Door het ophalen van oud papier vergunningplichtig te maken, krijgt het college van Burgemeester en Wethouders de macht om het aantal ophalers te beperken en "bona fide" (te goeder trouw handelende) ondernemers te beschermen tegen oneerlijke concurrentie.
  • Betrokken instanties: De Permanente Commissie van advies inzake Ventvergunningen, de Directeur voor Maatschappelijken Steun en de Politie.

Historische Context

Dit document stamt uit 1938, een tijd van economische schaarste vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een wildgroei aan informele handel en het ophalen van herbruikbare materialen (zoals oud papier en vodden) als bron van inkomsten voor de armsten. De overheid probeerde deze informele sector te reguleren, enerzijds om overlast en criminaliteit (zoals heling, vandaar de registerplicht) tegen te gaan, en anderzijds om de markt te ordenen en officiële vergunninghouders te beschermen. De vermelding van de "Directeur voor Maatschappelijken Steun" suggereert dat de problematiek ook een sociale component had: men wilde waarschijnlijk voorkomen dat te veel mensen afhankelijk werden van deze onzekere, marginale handel.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →