Archiefdocument
Origineel
5 oktober 1938 Waarschijnlijk een gemeentelijk functionaris (hoofd van een afdeling, hoewel de ondertekening ontbreekt op deze pagina). 5 October 1938.
Maatregelen ten aanzien van ophalers van oud-papier
Aan de leden van de Commissie van Bijstand in
het Beheer der Zaken van de Levensmiddelenvoorziening
en de W.S.B.Z. inrichtingen.
Hierbij heb ik de eer het navolgende onder Uw aandacht te brengen.
Bestaande vent- / verordening.
De Ventverordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 24 Mei 1933, zooals die laatstelijk gewijzigd is bij Raads-besluit van 17 Mei 1934, (Gem.blad 1934, afd.3, volgn.102), verbiedt in art. 1 eerste lid het venten op of aan den open-baren weg of aan of in de huizen, met andere voorwerpen of stoffen dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen. Die verbodsbepaling is echter niet toepasselijk op hem, die handelt met schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders, d.w.z. op den houder van een zoogenaamde ventvergunning.
Krachtens het tweede lid van art. 1 van bovengenoemde verordening wordt met het in het eerste lid bedoelde venten gelijkgesteld het opkoopen van voorwerpen of stoffen, van welken aard ook, op of aan den openbaren weg, of aan of in de huizen, te water, aan boord van vaartuigen, in slaapsteden, in logementen, enz. Ingevolge die bepaling wordt dus ook het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken gelijkgesteld met het venten met die stukken. Waar dit laatste echter ingevolge art. 1 eerste lid der huidige Ventverordening niet verboden is, is het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken, dat dus ook niet.
Klachten inzake / ophalen aan hui- / zen van oud pa- / pier.
Herhaaldelijk hebben mij klachten bereikt omtrent moeilijkheden bij de toepassing der Ventverordening met betrekking tot de opkoopers (lompenventers). In Augustus 1937 rapporteerde de Venters- en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Belang", dat het aantal clandestiene opkoopers zich steeds meer uitbreidt en wel door de zeer belangrijke groep menschen, die zich huis aan huis vervoegen om oud papier, kranten, lompen, enz. om niet in ontvangst te nemen. Door deze clandestiene opkoopers zouden, naar de... [tekst breekt af] Dit document betreft een juridische uiteenzetting over de mazen in de toenmalige Ventverordening (1933/1934). Het kernprobleem dat wordt geschetst is dat de verordening weliswaar het venten (straatverkoop) reguleert, maar een uitzondering maakt voor "gedrukte of geschreven stukken".
Omdat het "opkoopen" juridisch gelijk wordt gesteld aan "venten", valt het ophalen van oud papier en kranten buiten het verbod. Dit zorgde voor frustratie bij de officiële, vergunde beroepsgroep (verenigd in "Ons Belang"), die klaagde over een groeiende groep "clandestiene" ophalers. De tekst benadrukt dat deze mensen de spullen vaak "om niet" (gratis) in ontvangst nemen, wat de handhaving via de bestaande verordening nog lastiger maakte.
De rode onderstreping in de laatste alinea duidt erop dat de focus van de archivaris of de toenmalige lezer lag op de specifieke klacht over de ongeorganiseerde inzameling van oud papier en lompen. Het document stamt uit 1938, de late crisistijd in Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van armoede was het ophalen van herbruikbare materialen zoals oud papier en lompen voor velen een manier om een klein inkomen te genereren of aan te vullen.
De genoemde "Commissie van Bijstand in het Beheer der Zaken van de Levensmiddelenvoorziening" suggereert dat dit probleem raakte aan de bredere zorg voor de volksgezondheid en sociale voorzieningen. W.S.B.Z. staat vermoedelijk voor een lokale instelling voor Werkverschaffing en Sociale Bijstand. De gevestigde orde van marktkooplieden ("Ons Belang") zag deze informele economie als oneerlijke concurrentie en drong aan op strengere regels of betere handhaving. Kort na dit schrijven, tijdens de bezettingsjaren, zou de inzameling van dergelijke grondstoffen veel strakker en centraal georganiseerd worden vanwege de toenemende schaarste.