Getypte ambtelijke nota/advies met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte ambtelijke nota/advies met handgeschreven kanttekening. [Pagina -4-]
-4-
zoodat zij het min of meer zelf hebben bevorderd, dat het
ophalen van oud papier door anderen dan lompenventers,
zoo'n uitbreiding heeft ondergaan. De opvatting in het
bovenaangehaalde rapport van den vertegenwoordiger van
den Algemeenen Ventersbond, als zou de kinderexploitatie in
het bedrijf der lompenventers onmenschelijke vormen hebben
aangenomen, wordt van politiezijde overdreven en in strijd
met de realiteit genoemd. Nochtans meent de Hoofdcommissa-
ris van Politie, dat weinig bezwaar kan worden gemaakt te-
gen wijziging der Ventverordening in den zin als in het ad-
vies der Permanente Commissie is bedoeld. Tevens stelt de
Hoofdcommissaris van Politie nog een redactiewijziging in
art. 7 onder a der Ventverordening voor.
De Secretaris van den Armenraad, met wien de Direc-
teur van het Marktwezen eventueele maatregelen inzake het
ophalen van oud papier besprak, kon zich met een dergelijk
verbod zeer wel vereenigen, daar het ophalen van oud pa-
pier in de praktijk vaak gecamoufleerde bedelarij is. Met
nadruk wees genoemde functionaris echter op de belangen
van liefdadigheidsinstellingen. Zijns inziens zouden derge-
lijke rechtspersoonlijkheid bezittende vereenigingen een ver-
gunning moeten ontvangen, die zij zouden kunnen gebruiken
door middel van eveneens van gemeentewege te verstrekken
certificaten voor personen, die in haar dienst papier op-
halen.
[Handgeschreven in de kantlijn:] Conclusie
Ik ben van oordeel, dat wijziging van de Ventverorde-
ning in den zin door de Permanente Commissie van Advies aange-
geven zin wenschelijk is. Immers de ophalers van papier, in
wezen verkapte opkoopers, kunnen door hun optreden de bona-
fide opkoopers, die wèl in het bezit zijn van een ventver-
gunning, benadeelen, terwijl zij de Ventverordening, voor
zoover deze op opkoopers betrekking heeft, onder-
mijnen. Wordt het ophalen van papier aan de hui-
zen onder de Ventverordening gebracht, en het
[Pagina -5-]
-5-
ophalen daarvan, behoudens met vergunning van Burgemees-
ter en Wethouders, verboden, dan zal het ook mogelijk zijn,
op deze wijze de verkapte bedelarij aan de huizen, waaraan
de clandestiene ophalers van oud papier zich veelal
schuldig maken, en waarvan het publiek overlast ondervindt,
tegen te gaan.
Er zijn twee categorieën die voor een vergunning tot
opkoopen van oud papier in aanmerking komen, n.l.
1o. de bona-fide krantenophalers.
2o. de liefdadigheidsinstellingen.
ad 1o. Onder de "bona-fide" krantenophalers zijn diegenen te verstaan
die thans reeds sedert jaren door het ophalen van oud
papier in hun onderhoud trachten te voorzien. De vergun-
ningen aan deze categorie te verleenen zullen, overeenkom-
stig het advies der Permanente Commissie, uitdrukkelijk
moeten worden beperkt tot het opkoopen van oud papier,
hetgeen dus in de praktijk hierop neerkomt, dat eventueele
verzoeken van die vergunninghouders om andere artikelen
op te koopen of met andere artikelen te venten, niet voor
inwilliging vatbaar zijn. Op deze wijze voorkomt men tevens
eventueele ontijdige uitbreiding van het venterscorps.
ad 2o. Voor de liefdadigheidsinstellingen beteekent het ophalen
van oud papier een belangrijke bron van inkomsten. Dit op-
halen geschiedt voornamelijk door personen van wie zij de
verzorging op zich genomen hebben. Daar de vent- en opkoo-
persvergunningen persoonlijk zijn, zullen deze dus moeten
worden verleend ten name van degenen, die voor die ver-
eenigingen het papier aan de huizen ophalen. Gezien echter
de bijzondere positie die bedoelde instellingen van lief-
dadigheid en de personen, die voor hen papier ophalen, hier
innemen, zou ik ten aanzien van degenen, die voor bedoelde
instellingen de voornoemde werkzaamheden verrichten, de-
zelfde regeling willen toepassen, welke reeds sedert het
in werking treden der Ventverordening bestaat, ten aanzien
van diegenen, die in dienst van werkinrichtingen voor
blinden de door blinden vervaardigde voorwerpen langs de Dit document betreft een ambtelijke overweging over de hervorming van de lokale regelgeving omtrent straathandel (de Ventverordening). De kern van het probleem is de wildgroei aan ongeorganiseerde ophalers van oud papier, wat door de autoriteiten wordt geassocieerd met:
1. Clandestiene praktijken: Het omzeilen van vergunningsplichten voor opkopers.
2. Maatschappelijke overlast: Gecamoufleerde bedelarij en hinder voor burgers.
3. Sociale misstanden: Er wordt melding gemaakt van vermeende kinderexploitatie door lompenventers, hoewel de politie dit nuanceert.
De voorgestelde oplossing is een strikt vergunningenstelsel waarbij slechts twee groepen worden erkend: de beroepsmatige "bona-fide" krantenophalers (ter bescherming van hun bestaansrecht) en erkende liefdadigheidsinstellingen (die de opbrengsten gebruiken voor hun sociale taken). Het document weerspiegelt de sociale en economische werkelijkheid in Nederland in de vroege 20e eeuw (vermoedelijk jaren '20 of '30, gezien de terminologie en spelling). In deze periode was het ophalen van herbruikbare grondstoffen zoals oud papier, metalen en lompen een cruciale vorm van informele economie voor de armste bevolkingslagen.
Tegelijkertijd was er een sterke drang vanuit de overheid naar ordening en professionalisering van het straatbeeld. De rol van de "Armenraad" en de vermelding van "werkinrichtingen voor blinden" duiden op een tijdsgewricht waarin sociale zorg nog sterk gebonden was aan particuliere liefdadigheid en werkverschaffing. De tekst is waarschijnlijk afkomstig uit een dossier van een gemeentesecretarie van een grote stad (zoals Amsterdam of Den Haag), gezien de betrokkenheid van een Hoofdcommissaris van Politie en een Directeur Marktwezen.