Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 118
Dossier 37
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Concept-nota.

Onbekend (verwijst naar een vergadering op 12 april jl., waarschijnlijk begin 20e eeuw, gezien de spelling en wetsverwijzingen). De stempel linksboven vermeldt "7/9-36 Krs", wat mogelijk duidt op 1936.

Origineel

Ambtelijk advies / Concept-nota. Onbekend (verwijst naar een vergadering op 12 april jl., waarschijnlijk begin 20e eeuw, gezien de spelling en wetsverwijzingen). De stempel linksboven vermeldt "7/9-36 Krs", wat mogelijk duidt op 1936. [Linksboven, stempel/notitie:] 7/9-36 Krs
[Rechtsboven, handgeschreven:] 15 [onleesbaar]

Aan de Permanente Commissie van Advies
inzake ventvergunningen

Ter vergadering van Uw Commissie d.d. 12 April jl. werd ~~tot~~ ~~dat~~ ~~en~~ ~~den~~ ondergeteekenden ~~dat~~ verzocht ~~verzocht~~ ~~en~~ ~~uit~~ om een nota samen te stellen, betreffende de mogelijkheid om ~~met~~ ~~tot~~ maatregelen te nemen tegen degenen, die in de stad oud papier plegen op te halen, tot schade van de lompenventers, die in het bezit der ~~vereisch~~ de Ventverordening vereischte vergunning zijn. Naar aanleiding van dit verzoek hebben de ondergetekenden de eer U het navolgende te berichten:

$\square$ 1. ~~Zij krachtens art. 437 hetgeen is~~
Krachtens art. 437 Wetboek van Strafrecht wordt o.a. gestraft:
"de opkooper - - - - die geen doorloopend register houdt of in het door hem gehouden register niet onverwijld aanteekening houdt van alle door hem gekochte, ingeruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring genomen goederen, enz."

Onder "opkooper" wordt, krachtens art. 90 bis Wetboek van Strafrecht verstaan: "hij die van opkoopen een eene beroep of gewoonte maakt"; terwijl het tweede lid van dit artikel onder "opkoopen" begrijpt: "alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmede kenlijk hetzelfde wordt beoogd". Op grond van ~~dit~~ deze laatste bepaling en mede gelet op het feit, dat ~~volgens~~ van het bovenaangehaalde art. 437 v.a. ook het ten geschenke aangenomen goed aanteekening in een doorloopend register moet geschieden, staat het vast, dat ook degene, die zijn beroep of gewoonte maakt van het ten geschenke aannemen van goederen, als "opkooper" in den zin van het Wetboek van Strafrecht moet worden aangemerkt en dus een register moet bijhouden. Deze opvatting wordt ~~vindt~~ ook in de juridische litteratuur gehuldigd: vide Noyon: "Het Wetboek van Strafrecht Verklaard" (4de [editie]) Dit document is een juridisch advies over de handhaving van de Ventverordening. De kern van de problematiek is de concurrentie tussen vergunde "lompenventers" (professionele opkopers van oude materialen) en informele papierverzamelaars.

De auteur van de nota hanteert een strikte juridische argumentatie om deze informele verzamelaars onder de duim te krijgen:
1. Gelijkstelling: Zelfs als verzamelaars papier gratis ophalen ("als geschenk aangenomen"), vallen zij volgens de wet onder de categorie "opkooper".
2. Registratieplicht: Als opkopers zijn zij verplicht een "doorloopend register" bij te houden van alles wat zij ophalen.
3. Handhaving: Door deze administratieve last (en de bijbehorende straffen bij verzuim) op de informele verzamelaars te leggen, kan de gemeente de wildgroei aan papierinzameling indammen en de positie van de officieel vergunde venters beschermen.

Het document toont de vele correcties en doorhalingen die typisch zijn voor een ambtelijk concept waarin exact de juiste juridische formulering wordt gezocht. In de eerste helft van de 20e eeuw was het ophalen van lompen, metalen en oud papier een belangrijke informele economische activiteit in Nederlandse steden. Voor de arme bevolking was het een bron van inkomsten, terwijl de industrie de grondstoffen hergebruikte.

Steden probeerden dit proces te reguleren via ventvergunningen om overlast te beperken en de volksgezondheid te bewaken. Er ontstond vaak wrijving tussen degenen die voor een vergunning betaalden en degenen die "zwart" of informeel papier ophaalden bij burgers. Dit document illustreert hoe de overheid het Wetboek van Strafrecht (de artikelen 437 en 90bis Sr, die oorspronkelijk vooral bedoeld waren om heling tegen te gaan) gebruikte als instrument voor economische ordening en straatpolitiek. De verwijzing naar "Noyon" (een standaardwerk in de rechtsgeleerdheid) geeft aan dat dit een serieus juridisch advies betreft.

Samenvatting

Dit document is een juridisch advies over de handhaving van de Ventverordening. De kern van de problematiek is de concurrentie tussen vergunde "lompenventers" (professionele opkopers van oude materialen) en informele papierverzamelaars.

De auteur van de nota hanteert een strikte juridische argumentatie om deze informele verzamelaars onder de duim te krijgen:
1. Gelijkstelling: Zelfs als verzamelaars papier gratis ophalen ("als geschenk aangenomen"), vallen zij volgens de wet onder de categorie "opkooper".
2. Registratieplicht: Als opkopers zijn zij verplicht een "doorloopend register" bij te houden van alles wat zij ophalen.
3. Handhaving: Door deze administratieve last (en de bijbehorende straffen bij verzuim) op de informele verzamelaars te leggen, kan de gemeente de wildgroei aan papierinzameling indammen en de positie van de officieel vergunde venters beschermen.

Het document toont de vele correcties en doorhalingen die typisch zijn voor een ambtelijk concept waarin exact de juiste juridische formulering wordt gezocht.

Historische Context

In de eerste helft van de 20e eeuw was het ophalen van lompen, metalen en oud papier een belangrijke informele economische activiteit in Nederlandse steden. Voor de arme bevolking was het een bron van inkomsten, terwijl de industrie de grondstoffen hergebruikte.

Steden probeerden dit proces te reguleren via ventvergunningen om overlast te beperken en de volksgezondheid te bewaken. Er ontstond vaak wrijving tussen degenen die voor een vergunning betaalden en degenen die "zwart" of informeel papier ophaalden bij burgers. Dit document illustreert hoe de overheid het Wetboek van Strafrecht (de artikelen 437 en 90bis Sr, die oorspronkelijk vooral bedoeld waren om heling tegen te gaan) gebruikte als instrument voor economische ordening en straatpolitiek. De verwijzing naar "Noyon" (een standaardwerk in de rechtsgeleerdheid) geeft aan dat dit een serieus juridisch advies betreft.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →