Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 3 november 1942 Mevr. M. Twigt-Brocaar Onbekende instantie (vermoedelijk de Marktendienst of een gemeentelijke afdeling belast met vergunningen) Amsterdam 3/11 1942
Mijnheer,
Ingesloten kaart ontving ik, en daar mijn man sinds verleden week in Duitschland is, neem ik de vrijheid in zijn plaats U te berichten, dat de vertrekvergunning en ook de standplaatsvergunning sinds einde 1940 ingeleverd zijn, daar mijn man in het oorlogsjaar niet meer verdienen kon, zoo kregen wij steun en moest hij zijn vergunningen inleveren, sinds dien is hij of steuntrekkend of in de werkverschaffing geweest en nu is hij in Duitschland. Gaarne zou ik willen dat beide vergunningen voor hem bewaart bleven, daar de benodigdheden voor den haringhandel nog in ons bezit zijn en mijn man (als de tijd van oorlog voorbij zal zijn) hij weer gaarne beginnen wil, in den haring en zoute warenhandel.
Hoogachtend,
namens mijn man
M. Twigt
M. Twigt-Brocaar
1ste Atjehstraat 107 III
Amsterdam (O)
[Marginalia links/onder:]
Groeneveld,
geniet T. nog uitreiking? [mogelijk 'misreiking']
Volgens mijn gegevens nog steeds in steun. 9/11 '42. [paraaf]
Inschrijv. bij S.Z.? [Sociale Zaken]
ber[icht] 10/11 '42. [paraaf] In deze brief schrijft mevrouw Twigt-Brocaar naar aanleiding van een ontvangen officiële kaart. Haar echtgenoot, een haringhandelaar, is kort voor het schrijven van de brief naar Duitsland vertrokken (in het kader van de arbeidsinzet).
De kern van haar verzoek is het behoud van de bedrijfsvergunningen (vertrek- en standplaatsvergunning). Uit de brief blijkt een neerwaartse sociaaleconomische spiraal die typerend was voor kleine zelfstandigen tijdens de bezetting:
1. 1940: Door de oorlogsomstandigheden dalen de inkomsten zodanig dat de handel moet worden gestaakt.
2. Verlies vergunningen: Om in aanmerking te komen voor 'steun' (sociale bijstand), was men destijds vaak verplicht de bedrijfsvergunningen in te leveren.
3. Werkverschaffing: De man komt terecht in de werkverschaffing.
4. Arbeidseinsatz: In november 1942 wordt hij gedwongen tewerkgesteld in Duitsland.
De schrijfster benadrukt dat zij de materialen voor de haringhandel nog bezitten en dat haar man na de oorlog zijn vak weer wil oppakken. De ambtelijke aantekeningen in de kantlijn tonen aan dat de instantie controleert of de man inderdaad nog in het steunbestand voorkomt en of er contact moet worden opgenomen met de afdeling Sociale Zaken (S.Z.). Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische realiteit van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de precaire positie van de Amsterdamse straathandelaars. De 1ste Atjehstraat ligt in de Indische Buurt, een wijk die destijds zwaar getroffen werd door zowel armoede als de deportaties.
De brief is exemplarisch voor de overlevingsstrategieën van achterblijvende echtgenotes: zij probeerden de administratieve zaken van hun man te behartigen om na de oorlog een basis voor bestaan te hebben. Het gebruik van de termen "steun" en "werkverschaffing" verwijst naar het strenge sociale stelsel van die tijd, waarbij men pas hulp kreeg als men elk ander perspectief op inkomen (inclusief de vergunning voor eigen bedrijf) had opgegeven. M. Twigt