Handgeschreven verzoekschrift / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / ambtelijke correspondentie. 27 november 1942 (gebaseerd op handgeschreven datum bovenaan en kantlijn). De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Bovenaan, diverse aantekeningen en stempels:]
№ 18/54/1 M. 1922 [doorgehaald] 27-11-42
30/11 409 + no. mp A. dam
[Hoofdtekst:]
Aan Den WelEdel Heer Direkteur
Marktwezen alhier
Edele Heer moge ik nederig
verzoeken een gemeente Ver
gunning voor ophaaldienst
Gemeente A.dam, Heb jaren
Vergunning voor Lompen
koop gehad. Door ziekte
moest ik mijn gemeente
Vergunning laten verlopen
Heb op heden rijksvergunning
№ 1259 ophaaldienst
nu werd ik verleden week bij
Controle door een der markt
meesters en politie aangehouden
en deze zeide mij dat ik mijn oude
gemeente Vergunning was
vermoedelijk? № 1431 moet
aan u bureau weder op
vragen, Deze rijks vergunning
was niet Compleet zonder
gemeente vergunning van
Amsterdam met Register
[Marginale aantekeningen links:]
Gezien 1-12-42 de Haan
[Verticaal in de linkermarge:]
Zien!
kan als afgedaan
worden beschouwd,
met Raadkamer gezag voorgesteld,
behandeling bij Ja. bit.
2/12 42 Het document is een verzoekschrift van een handelaar (vermoedelijk een voddenman of lompenkoper) gericht aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om een hernieuwing van zijn gemeentelijke vergunning voor een "ophaaldienst".
De kern van het probleem is een bureaucratische kwestie: de aanvrager beschikt wel over een landelijke "Rijksvergunning" (no. 1259), maar is door de politie en marktmeesters staande gehouden omdat de lokale Amsterdamse vergunning ontbreekt of verlopen is. De schrijver geeft aan dat zijn eerdere vergunning (mogelijk no. 1431) door ziekte is verlopen. Zonder de lokale vergunning en inschrijving in het register is zijn Rijksvergunning blijkbaar niet rechtsgeldig voor werkzaamheden binnen de gemeente.
De ambtelijke krabbels in de marge tonen de afhandeling aan: de brief is op 1 december gezien door een functionaris genaamd 'de Haan' en op 2 december als 'afgedaan' beschouwd, wat suggereert dat de procedure voor heraanvraag in gang is gezet of dat de situatie is opgehelderd. Dit document stamt uit november/december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een enorme schaarste aan grondstoffen, waardoor de handel in lompen, oud ijzer en andere recyclebare materialen (de ophaaldienst) strikt gereguleerd was door zowel de lokale overheid als de bezetter (via rijksvergunningen).
De "Marktmeesters" en de politie hielden streng toezicht op deze handelaren om illegale handel en zwarte markt tegen te gaan. De brief illustreert de complexe gelaagdheid van vergunningen in oorlogstijd: een handelaar had niet alleen een landelijke machtiging nodig, maar moest ook voldoen aan de specifieke eisen van het Amsterdamse Marktwezen. De nederige toon van de brief ("Edele Heer moge ik nederig verzoeken") was kenmerkend voor de formele correspondentie tussen burgers en de overheid in die tijd. Marktwezen Politie