Handgeschreven brief / briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief / briefkaart. 2 december 1942. Weduwe Grootthuis (Moeder van J. Grootthuis). Amsterdam 2 December 1942 [onleesbaar merkje/paraaf]
Mijnheer daar ik een bericht hep
ontvangen aangaande een ventvergunnig
van mijn zoon J Grootthuis deel ik
U mede dat hij 16 Oktober na
Duisland is vertrokken en hep bepaalt
Die vergunnig bij hem ik kan hem
bij mij teluis niet vinden zijn Moeder
Wedu Grootthuis De schrijfster, de weduwe Grootthuis, reageert op een officieel bericht (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie of de politie) betreffende de 'ventvergunning' (vergunning om op straat handel te drijven) van haar zoon.
Taalkundige opmerkingen:
Het document is geschreven in een zeer fonetische stijl, wat duidt op een beperkte formele scholing van de afzender:
* "hep" in plaats van "heb".
* "ventvergunnig" in plaats van "ventvergunning".
* "na" in plaats van "naar".
* "Duisland" in plaats van "Duitsland".
* "bepaalt" wordt hier waarschijnlijk gebruikt in de betekenis van "ongetwijfeld" of "vast en zeker" (hij heeft die vergunning vast bij zich).
* "teluis" is een fonetische opschrijving van "thuis".
De kern van de boodschap is dat de zoon op 16 oktober naar Duitsland is vertrokken en de betreffende papieren waarschijnlijk heeft meegenomen, aangezien de moeder ze thuis niet kan vinden. De datum (december 1942) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De mededeling dat de zoon naar Duitsland is vertrokken, wijst vrijwel zeker op de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). Vanaf 1942 werden op grote schaal Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
Dat de autoriteiten informeren naar zijn ventvergunning, suggereert een administratieve controle. In oorlogstijd was de controle op persoonsbewijzen en werkvergunningen extreem streng. Het feit dat de moeder de brief schrijft, benadrukt de ontwrichting van gezinnen waarbij de kostwinner of volwassen zoon gedwongen afwezig was. J. Grootthuis Politie
Samenvatting
De schrijfster, de weduwe Grootthuis, reageert op een officieel bericht (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie of de politie) betreffende de 'ventvergunning' (vergunning om op straat handel te drijven) van haar zoon.
Taalkundige opmerkingen:
Het document is geschreven in een zeer fonetische stijl, wat duidt op een beperkte formele scholing van de afzender:
* "hep" in plaats van "heb".
* "ventvergunnig" in plaats van "ventvergunning".
* "na" in plaats van "naar".
* "Duisland" in plaats van "Duitsland".
* "bepaalt" wordt hier waarschijnlijk gebruikt in de betekenis van "ongetwijfeld" of "vast en zeker" (hij heeft die vergunning vast bij zich).
* "teluis" is een fonetische opschrijving van "thuis".
De kern van de boodschap is dat de zoon op 16 oktober naar Duitsland is vertrokken en de betreffende papieren waarschijnlijk heeft meegenomen, aangezien de moeder ze thuis niet kan vinden.
Historische Context
De datum (december 1942) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De mededeling dat de zoon naar Duitsland is vertrokken, wijst vrijwel zeker op de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). Vanaf 1942 werden op grote schaal Nederlandse mannen opgeroepen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken.
Dat de autoriteiten informeren naar zijn ventvergunning, suggereert een administratieve controle. In oorlogstijd was de controle op persoonsbewijzen en werkvergunningen extreem streng. Het feit dat de moeder de brief schrijft, benadrukt de ontwrichting van gezinnen waarbij de kostwinner of volwassen zoon gedwongen afwezig was.