Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 2 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de afdeling Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Bovenaan rechts:]
HG.
[Bovenaan midden, handgeschreven:]
verzonden 3/2
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Referentienummer links:]
20/1/5 M.
[Datum rechts:]
2 Februari 1942.
[Inhoud:]
Ten vervolge op mijn brief d.d. 26 Januari jl. (No.20/1/4 M.) heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat het navolgende communiqué deze week in de pers wordt opgenomen.
"De Burgemeester van Amsterdam brengt ter openbare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiterlijk een half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van Maandag 9 tot en met Vrijdag 13 Februari a.s. om 18 uur en op Zaterdag 14 Februari a.s. om 18.20 uur zijn ontruimd."
[Ondertekening:]
De Directeur, Het document is een formeel verzoek om een publieke mededeling (communiqué) te publiceren in de lokale pers. De tekst geeft instructies over de sluitingstijden van de Amsterdamse markten in februari 1942.
De kern van de maatregel is dat markten uiterlijk een half uur voor zonsondergang ontruimd moeten zijn. Er worden zeer specifieke tijden genoemd voor de week van 9 tot 14 februari: 18:00 uur op weekdagen en 18:20 uur op zaterdag. Dit wijst op een strakke regulering van de openbare ruimte en handel, waarbij de natuurlijke lichtcyclus de economische activiteit dicteerde.
De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke correspondentie van die tijd, zelfs onder de uitzonderlijke omstandigheden van de bezetting. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De "verduisteringsmaatregelen" waarnaar verwezen wordt, waren cruciaal voor de bezetter om te voorkomen dat geallieerde vliegtuigen steden als navigatiepunt konden gebruiken tijdens nachtelijke bombardementen.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een sleutelfiguur in het oorlogsbestuur van Amsterdam, aangezien de voedselvoorziening en distributie (bonkaarten) onder zijn verantwoordelijkheid vielen. De Burgemeester van Amsterdam op dat moment was de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte. De brief illustreert hoe de oorlogsdreiging en de bezettingsregels direct ingrepen in het dagelijks leven van gewone burgers, zoals marktkooplieden en hun klanten, door hun werktijden strikt aan banden te leggen. Marktwezen