Archiefdocument
Origineel
Ongedateerd (op basis van de inhoud te dateren in het najaar van 1940 of begin 1941). Inspectie der Markten, Amsterdam (ondertekend namens "W. Markten"). [Linksboven in rood potlood:] 20/15/1
[Rechtsboven:]
Den Heer A. Foubaulx
v. Heijestraat 58 [?]
’s Gravenhage
Ingevolge Uw verzoek
~~In bijlage dezer~~ heb ik de eer U te
doen toekomen lijsten (in duplo) bevattende de
namen ^naar hunne gegevens het artikel, dat zij verkoopen^ van Joodsche marktkooplieden
op de markten Gaaspstraat, Joubertstraat
en Waterlooplein alhier, die aldaar
vaste plaatsen per week bezetten.
Daarnaast is er ^op deze markten^ nog een categorie ~~van~~
kooplieden, ^overeenkomstig de bepalingen van het^ die losse plaatsen per dag in-
nemen, doch waarvan bij mijn dienst geen
administratie bestaat; desgewenscht kunnen de op
deze markten dienstdoende ambtenaren hiervan
een lijst opmaken.
I het Regl. W Markten
[Paraaf in rood]
[Onderaan midden:] 2.0.2. De kern van deze correspondentie is de administratieve registratie van Joodse marktkooplieden in Amsterdam. De afzender rapporteert over twee groepen:
1. Vaste standplaatshouders: Hiervan zijn lijsten in tweevoud bijgevoegd, inclusief vermelding van de verhandelde goederen.
2. Losse dagvergunninghouders: Hiervan bestaat geen centrale administratie bij de marktdienst, maar de inspecteur biedt aan om de ambtenaren op de markten zelf (de marktmeesters) een lijst te laten opstellen.
De brief toont een hoge mate van ambtelijke bereidwilligheid om specifieke bevolkingsgroepen te inventariseren op basis van etniciteit/religie. Dit document is een direct bewijsstuk van de vroege fase van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De registratie van Joodse handelaren was een cruciale stap in het proces van economische 'Entjudung' (ontharding).
De genoemde locaties zijn veelzeggend: de Gaaspstraat (Rivierenbuurt), de Joubertstraat (Transvaalbuurt) en het Waterlooplein (Jodenbuurt) waren de centrale markten in Amsterdamse wijken met een grote Joodse populatie. Kort na dit soort registraties volgden maatregelen waarbij Joden alleen nog op speciaal aangewezen 'Joodse markten' mochten staan, om uiteindelijk geheel uit het openbare economische leven te worden verbannen. De brief illustreert hoe de bestaande gemeentelijke bureaucratie naadloos overging in het faciliteren van de maatregelen van de bezetter. A. Foubaulx W. Markten
Samenvatting
De kern van deze correspondentie is de administratieve registratie van Joodse marktkooplieden in Amsterdam. De afzender rapporteert over twee groepen:
1. Vaste standplaatshouders: Hiervan zijn lijsten in tweevoud bijgevoegd, inclusief vermelding van de verhandelde goederen.
2. Losse dagvergunninghouders: Hiervan bestaat geen centrale administratie bij de marktdienst, maar de inspecteur biedt aan om de ambtenaren op de markten zelf (de marktmeesters) een lijst te laten opstellen.
De brief toont een hoge mate van ambtelijke bereidwilligheid om specifieke bevolkingsgroepen te inventariseren op basis van etniciteit/religie.
Historische Context
Dit document is een direct bewijsstuk van de vroege fase van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De registratie van Joodse handelaren was een cruciale stap in het proces van economische 'Entjudung' (ontharding).
De genoemde locaties zijn veelzeggend: de Gaaspstraat (Rivierenbuurt), de Joubertstraat (Transvaalbuurt) en het Waterlooplein (Jodenbuurt) waren de centrale markten in Amsterdamse wijken met een grote Joodse populatie. Kort na dit soort registraties volgden maatregelen waarbij Joden alleen nog op speciaal aangewezen 'Joodse markten' mochten staan, om uiteindelijk geheel uit het openbare economische leven te worden verbannen. De brief illustreert hoe de bestaande gemeentelijke bureaucratie naadloos overging in het faciliteren van de maatregelen van de bezetter.