Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (begeleidend schrijven). "Der Direktor" (waarschijnlijk van een gemeentelijke instantie of een afdeling van de bezettingsautoriteit). Herr Afontwelt (of mogelijk A. Fontwelt). [Linksboven, handgeschreven notitie:]
Beidm... (onleesbaar)
Standorte jüdische
Kleinhändelsmärkte.
[Rechtsboven:]
Herr Afontwelt.
[Hoofdtekst:]
Anschliesslich meiner Briefe
vom 23. und 30. Juni 1942 nr. 20/15/1 und
20/15/3/17. beehre ich mich Ihnen in der
Anlage eine Liste zu übersenden mit jüdischen
Marktkaufleuten, die einen Standort haben
auf der neulich gegründeten Markt
Minervaplein in Amsterdam.
[Rechtsonder:]
Der Direktor, Het document is een zakelijke, ambtelijke mededeling waarin een lijst met namen van Joodse marktkooplieden wordt overgedragen. De brief getuigt van de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de Joodse bevolking in kaart bracht. Er wordt expliciet verwezen naar eerdere correspondentie uit juni 1942, wat aangeeft dat dit onderdeel was van een lopend administratief proces. De focus ligt op het Minervaplein, een van de locaties waar de Joodse economische activiteit werd geconcentreerd en afgezonderd van de rest van de stad. Het handschrift is een vlot zakelijk duits cursief uit die periode. Dit document bevindt zich in de duistere context van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters (onder leiding van Hans Böhmcker in Amsterdam) maatregelen in die Joden verboden deel te nemen aan reguliere markten. Als gevolg hiervan werden zogenaamde "Jodenmarkten" opgericht, waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen.
De markt op het Minervaplein in Amsterdam-Zuid was een van deze drie specifieke markten (naast het Waterlooplein en de Gaaspstraat) en werd geopend in november 1941. De lijst die bij deze brief hoorde, diende om de controle op deze groep kooplieden te verstevigen. Juni 1942 is een cruciaal en angstaanjagend moment in de geschiedenis: het is de maand waarin de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen werden voorbereid en de eerste oproepen werden verstuurd. Documenten zoals deze vormden de administratieve basis voor de uitsluiting en uiteindelijke wegvoering van de Joodse bevolking. A. Fontwelt
Samenvatting
Het document is een zakelijke, ambtelijke mededeling waarin een lijst met namen van Joodse marktkooplieden wordt overgedragen. De brief getuigt van de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de Joodse bevolking in kaart bracht. Er wordt expliciet verwezen naar eerdere correspondentie uit juni 1942, wat aangeeft dat dit onderdeel was van een lopend administratief proces. De focus ligt op het Minervaplein, een van de locaties waar de Joodse economische activiteit werd geconcentreerd en afgezonderd van de rest van de stad. Het handschrift is een vlot zakelijk duits cursief uit die periode.
Historische Context
Dit document bevindt zich in de duistere context van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters (onder leiding van Hans Böhmcker in Amsterdam) maatregelen in die Joden verboden deel te nemen aan reguliere markten. Als gevolg hiervan werden zogenaamde "Jodenmarkten" opgericht, waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen.
De markt op het Minervaplein in Amsterdam-Zuid was een van deze drie specifieke markten (naast het Waterlooplein en de Gaaspstraat) en werd geopend in november 1941. De lijst die bij deze brief hoorde, diende om de controle op deze groep kooplieden te verstevigen. Juni 1942 is een cruciaal en angstaanjagend moment in de geschiedenis: het is de maand waarin de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen werden voorbereid en de eerste oproepen werden verstuurd. Documenten zoals deze vormden de administratieve basis voor de uitsluiting en uiteindelijke wegvoering van de Joodse bevolking.