Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 5 augustus 1942. De waarnemend Directeur (niet bij naam genoemd, initialen vD/HB). [Handgeschreven in blauw]: Extra
[Rechts]:
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Links]: 20/2/12 M.
[Rechts]: 5 Augustus 1942.
[Onderwerp]:
Uitgegeven vaste plaatsen
op Joodsche markten.
In bijlage dezes heb ik de eer U voor de goede orde in af-
schrift de correspondentie over te leggen, gevoerd met den heer
A. Gombault inzake het uitgeven van uitsluitend vaste plaatsen op de
Joodsche dagmarkten.
[Rechtsonder]:
De Directeur,
wnd. * Administratieve context: De brief is een formele kennisgeving aan de wethouder. Het betreft het formaliseren van standplaatsen op de zogenaamde "Joodsche markten". Door over te stappen op "uitsluitend vaste plaatsen" kreeg de overheid meer grip en controle op wie waar mocht staan.
* Terminologie: Het gebruik van de spelling "Joodsche" is conform de toen geldende spelling (vóór de wijziging van 1947). De term "Alhier" duidt erop dat de brief binnen hetzelfde gemeentebestuur is verzonden, zeer waarschijnlijk Amsterdam, waar deze specifieke markten werden ingericht.
* Betrokkenen: De genoemde "heer A. Gombault" was een ambtenaar/inspecteur die betrokken was bij het marktwezen. De afkorting "wnd." onder de handtekening staat voor 'waarnemend'. De initialen "vD/HB" verwijzen waarschijnlijk naar de opsteller en de typist(e). Dit document stamt uit de kernperiode van de Jodenvervolging in bezet Nederland. In 1941 en 1942 voerde de Duitse bezetter, in samenwerking met het Nederlandse ambtelijke apparaat, een stringente segregatie door. Joden werden verbannen uit de reguliere openbare sfeer en moesten gebruikmaken van eigen voorzieningen.
In Amsterdam werden vanaf juli 1941 specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals aan de Gaaspstraat, Joubertstraat en het Waterlooplein), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen. Dit document, gedateerd augustus 1942, laat de bureaucratische afhandeling zien van deze isolatiepolitiek. Opvallend is de zakelijke, bijna banale toon van het document, terwijl het op dat moment (zomer 1942) al volop de periode van grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen was. De administratieve vastlegging van "vaste plaatsen" diende als een controlemiddel binnen een systeem dat gericht was op de volledige uitsluiting en registratie van de Joodse bevolking.
Samenvatting
- Administratieve context: De brief is een formele kennisgeving aan de wethouder. Het betreft het formaliseren van standplaatsen op de zogenaamde "Joodsche markten". Door over te stappen op "uitsluitend vaste plaatsen" kreeg de overheid meer grip en controle op wie waar mocht staan.
- Terminologie: Het gebruik van de spelling "Joodsche" is conform de toen geldende spelling (vóór de wijziging van 1947). De term "Alhier" duidt erop dat de brief binnen hetzelfde gemeentebestuur is verzonden, zeer waarschijnlijk Amsterdam, waar deze specifieke markten werden ingericht.
- Betrokkenen: De genoemde "heer A. Gombault" was een ambtenaar/inspecteur die betrokken was bij het marktwezen. De afkorting "wnd." onder de handtekening staat voor 'waarnemend'. De initialen "vD/HB" verwijzen waarschijnlijk naar de opsteller en de typist(e).
Historische Context
Dit document stamt uit de kernperiode van de Jodenvervolging in bezet Nederland. In 1941 en 1942 voerde de Duitse bezetter, in samenwerking met het Nederlandse ambtelijke apparaat, een stringente segregatie door. Joden werden verbannen uit de reguliere openbare sfeer en moesten gebruikmaken van eigen voorzieningen.
In Amsterdam werden vanaf juli 1941 specifieke "Joodsche markten" ingesteld (zoals aan de Gaaspstraat, Joubertstraat en het Waterlooplein), waar alleen Joden mochten kopen en verkopen. Dit document, gedateerd augustus 1942, laat de bureaucratische afhandeling zien van deze isolatiepolitiek. Opvallend is de zakelijke, bijna banale toon van het document, terwijl het op dat moment (zomer 1942) al volop de periode van grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen was. De administratieve vastlegging van "vaste plaatsen" diende als een controlemiddel binnen een systeem dat gericht was op de volledige uitsluiting en registratie van de Joodse bevolking.