Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen. 9 december 1942 (beantwoord/verwerkt op 11 januari 1943). Joodsche Raad voor Amsterdam (Afd. Groente). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
VOORZITTERS: A. ASSCHER EN PROF. Dr. D. COHEN
TELEFOON 55003, 55136, 54970
POSTGIRO 417242
[Linkerbovenzijde in kader:]
Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. Groente
REF. SCH/M/ML
AMSTERDAM-C., 9 December 1942
NIEUWE KEIZERSGRACHT 58
[Adressering]
Den WelEd. Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat,
AMSTERDAM.
[Stempel in paars]
№ 20/2/14 M. 1942 11/12
[Inhoud]
WelEdele Heer,
Om verschillende technische redenen is het noodzakelijk gebleken, dat door mij van tijd tot tijd eenige veranderingen moeten worden aangebracht bij de Joodsche Marktcombinaties. Dit betreft dan overplaatsing van eenige marktkooplieden van de eene markt naar de andere.
Aangezien door mij eenige veranderingen zijn gemaakt op de markt Minervaplein, is door den marktmeester aldaar bezwaar gemaakt wegens administratieve redenen en verzocht hij mij, alvorens tot deze overplaatsing over te gaan, U om toestemming te verzoeken.
Ik verzoek U beleefd mij te willen machtigen dergelijke veranderingen aan te brengen, indien zulks noodzakelijk wordt geacht, zonder hiervoor vooruit Uw toestemming aan te vragen. Mijnerzijds bestaat er geen enkel bezwaar, indien de marktkooplieden eventueel bij verandering administratief op de markten blijven ingeschreven, zooals voorheen.
Uw berichten hieromtrent gaarne tegemoetziende,
Hoogachtend,
[Handtekening: A. van der Laan]
Alg. Secr. Dr. A. van der Laan
[Handgeschreven aantekeningen]
(Midden links, in potlood/inkt):
Welke zijn uwe bezwaren? [geparafeerd]
(Linksonder, in inkt):
opbergen
Joodsche kooplieden
welke bij verplaatsing
naar een andere markt,
hiervan direct kennis
geven aan Hoofdk.
marktwezen.
(Rechtsonder):
11-1-43
[Handtekening: de Boer]
(Helemaal onderaan):
Model 68 ALG 25.000 - 3152 - K 276
20 In deze brief verzoekt de Joodsche Raad (afdeling Groente) om meer autonomie bij het verplaatsen van Joodse marktkooplieden tussen verschillende "Joodsche Marktcombinaties". De aanleiding is een conflict met de marktmeester van het Minervaplein, die formeel bezwaar maakte tegen overplaatsingen zonder voorafgaande toestemming van de Directeur van het Marktwezen.
De secretaris van de Joodsche Raad, Dr. A. van der Laan, probeert de administratieve rompslomp te omzeilen door een algemene machtiging te vragen. Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt de reactie van de gemeentelijke instantie: men vraagt zich eerst af wat de bezwaren precies zijn ("Welke zijn uwe bezwaren?"). Uiteindelijk wordt het document op 11 januari 1943 gearchiveerd ("opbergen") met de instructie dat bij verplaatsingen het Hoofdkantoor van het Marktwezen direct op de hoogte gesteld moet worden. Dit document stamt uit een duistere periode in de Nederlandse geschiedenis. In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Joden werden verbannen van reguliere markten. Als gevolg hiervan werden er specifieke "Joodse markten" aangewezen (zoals op het Minervaplein en de Gaaspstraat), waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen.
De Joodsche Raad voor Amsterdam werd door de nazi's ingesteld om de Joodse gemeenschap te besturen en de deportaties mede te faciliteren, maar de Raad probeerde binnen de beperkte marges ook praktische zaken te regelen, zoals de voedselvoorziening via deze markten. De brief illustreert de verregaande bureaucratisering van de uitsluiting: zelfs de interne verschuiving van kooplieden tussen gesegregeerde markten was onderworpen aan strikt toezicht van de (niet-Joodse) Amsterdamse marktautoriteiten. Marktwezen