Brief (verzoekschrift).
Origineel
Brief (verzoekschrift). 12 april 1942. H. Gobits. Inspecteur der Marktwezen, Amsterdam. A’dam 12 April ’42
Aan den Wel Ed: Heer
Inspecteur der Marktwezen
Alhier.
Wel: Ed: Heer,
Ondergetekende
vraagt en verzoekt u beleefd
mij te willen uitnodigen
omtrent een onderhoud tot
u. E.
Hoogachtend
H. Gobits
Retiefstraat 116 II
Alhier.
[Handgeschreven kanttekeningen in potlood/andere inkt:]
oproepen 22-4-’42
[paraaf]
uitgeroepen p 29/4 ’42
[Stempel onderaan:]
№ 20/7 / M. 1942 30/4 Het document is een formeel verzoek van een burger, H. Gobits, aan de Inspecteur der Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt op beleefde wijze om een onderhoud (een gesprek). De toon is zeer onderdanig, wat blijkt uit het gebruik van "Wel Ed: Heer" en de afkorting "u. E." (uw Edelheid).
De handgeschreven aantekeningen op de brief laten het administratieve proces zien: er is genoteerd dat de persoon op 22 april 1942 moet worden opgeroepen. De latere aantekening "uitgeroepen" met de datum 29 april en de stempel van 30 april wijzen op de afhandeling van het verzoek. De afzender, H. Gobits, woonde in de Retiefstraat 116-II, een adres in de Transvaalbuurt. De datum van de brief (april 1942) is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen waren in deze periode in volle gang. De Retiefstraat lag in een buurt met een zeer grote Joodse populatie.
Herman Gobits (de waarschijnlijke afzender) was een Joodse marktkoopman. In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt in hun werkzaamheden; zij mochten vanaf 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en hun vergunningen stonden onder grote druk. Dit verzoek om een onderhoud met de Inspecteur der Marktwezen had zeer waarschijnlijk te maken met zijn recht om zijn beroep uit te oefenen of het behoud van zijn marktplaats onder de nieuwe beperkende regels. Uit archiefstukken blijkt dat Herman Gobits de oorlog helaas niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. E. Marktwezen
Samenvatting
Het document is een formeel verzoek van een burger, H. Gobits, aan de Inspecteur der Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt op beleefde wijze om een onderhoud (een gesprek). De toon is zeer onderdanig, wat blijkt uit het gebruik van "Wel Ed: Heer" en de afkorting "u. E." (uw Edelheid).
De handgeschreven aantekeningen op de brief laten het administratieve proces zien: er is genoteerd dat de persoon op 22 april 1942 moet worden opgeroepen. De latere aantekening "uitgeroepen" met de datum 29 april en de stempel van 30 april wijzen op de afhandeling van het verzoek. De afzender, H. Gobits, woonde in de Retiefstraat 116-II, een adres in de Transvaalbuurt.
Historische Context
De datum van de brief (april 1942) is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen waren in deze periode in volle gang. De Retiefstraat lag in een buurt met een zeer grote Joodse populatie.
Herman Gobits (de waarschijnlijke afzender) was een Joodse marktkoopman. In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds verder beperkt in hun werkzaamheden; zij mochten vanaf 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan en hun vergunningen stonden onder grote druk. Dit verzoek om een onderhoud met de Inspecteur der Marktwezen had zeer waarschijnlijk te maken met zijn recht om zijn beroep uit te oefenen of het behoud van zijn marktplaats onder de nieuwe beperkende regels. Uit archiefstukken blijkt dat Herman Gobits de oorlog helaas niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord.