Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 12 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in blauw potlood bovenaan]: Verzonden 12/5
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/6/2 M. 1 12 Mei 1942.
marktplaats J.de Groot.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 14 April
jl. onder No.26/4 L.M.1942 om advies ontvangen stuk, heb ik de eer
U te berichten, dat adressant zich inmiddels op de sollicitanten-
lijst voor een vaste plaats voor de markt Waterlooplein heeft laten
inschrijven, waarmede het verzoek van adressant als afgedaan kan
worden beschouwd.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formeel antwoord op een verzoek om advies van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het gaat over een verzoek van een zekere J. de Groot voor een vaste standplaats op de markt. De directeur meldt dat de aanvrager ("adressant") zich inmiddels op de wachtlijst heeft laten plaatsen, waardoor de zaak als afgehandeld kan worden beschouwd.
* Toon: De taal is strikt zakelijk en ambtelijk, typerend voor de Nederlandse bureaucratie in de jaren 40.
* Administratieve proces: Er wordt verwezen naar een eerdere "kantbrief" (een begeleidend schrijven of kanttekening) van 14 april 1942. Dit toont de trage maar gestructureerde weg van ambtelijke correspondentie aan. * Tijdperk: De brief is gedateerd mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd, verwijst "Waterlooplein" onmiskenbaar naar Amsterdam. De aanduiding "Alhier" bij de geadresseerde bevestigt dat de brief binnen dezelfde gemeentelijke organisatie is verstuurd.
* Historische betekenis van Waterlooplein: In 1941 hadden de Duitse bezetters bepaald dat Joden alleen nog op speciaal aangewezen markten mochten staan of kopen. Het Waterlooplein was een van de locaties in Amsterdam die als "Joodse markt" werd aangewezen. In mei 1942 was de situatie voor de Joodse bevolking in Amsterdam al zeer precair; de grootschalige deportaties begonnen in de zomer van dat jaar. Of J. de Groot een Joodse koopman was, is uit dit document niet direct op te maken, maar de locatie en de datum geven het document een beladen historische achtergrond.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste en het distributiesysteem. De markten vormden een essentieel onderdeel van deze voedselketen.