Doorslag van een ambtelijke brief/concept-perscommuniqué.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/concept-perscommuniqué. 9 oktober 1942. Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributie-aangelegenheden / De Directeur. [Handschrift linksboven:] Verzonden 9/10
[Handschrift rechtsboven:] H van Muers [?]
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/8/5 M. 9 October 1942.
Perscommuniqué.
Zooals ons door den Administrateur Uwer Afdeeling werd meege-
deeld, hebt U aan ons voorstel, neergelegd in onzen brief d.d. 6
October 1942 No.20/8/4 M, om met ingang van 11 October a.s. de Visch-
hal op Zondag te sluiten, Uw goedkeuring gehecht. Het komt ons ge-
wenscht voor, dat de bevolking hiervan, door middel van een persbe-
richt, op de hoogte wordt gesteld, opdat worde voorkomen, dat men
zich Zondag in een rij opstelt om op visch te wachten.
Wij geven U voorts in overweging van deze gelegenheid gebruik
te maken om de bevolking mededeeling te doen, dat het venten met alle
soorten visch, garnalen en mosselen is verboden en dat al deze arti-
kelen uitsluitend verkrijgbaar zijn in de vischwinkels en op de door
den Burgemeester aangewezen markten.
De Gemeentelijk Adviseur De Directeur,
voor Voedings- en Distri-
butie-aangelegenheden, Dit document is een intern schrijven van de gemeentelijke distributiedienst aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van het schrijven is tweeledig:
1. Sluiting Vischhal op zondag: Er is besloten de centrale vismarkt op zondagen te sluiten vanaf 11 oktober 1942. Het doel van de voorgestelde publicatie in de pers is om te voorkomen dat burgers vergeefs in de rij gaan staan ("rijvorming"), wat in de oorlogsjaren een veelvoorkomend en problematisch fenomeen was.
2. Verbod op venten: Tegelijkertijd wordt voorgesteld om aan te kondigen dat de ambulante handel (venten) in vis en schaaldieren verboden is. De verkoop wordt hiermee strikt beperkt tot vaste winkels en officieel aangewezen markten. Het document dateert uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen, waaronder voedsel, nijpend. De overheid probeerde via het distributiestelsel de beperkte voorraden te beheersen.
Het verbod op venten en het beperken van de verkoop tot vaste locaties was een methode om de controle op prijzen, hygiëne en vooral de eerlijke verdeling (via bonnen) te maximaliseren. Door handel "op straat" te verbieden, kon de overheid zwarte handel beter tegengaan. De angst voor onrust door lange wachtrijen bij lege hallen was een constante zorg voor lokale bestuurders tijdens de hongerjaren. De vermelding van "de door den Burgemeester aangewezen markten" duidt op de centralisatie van het gezag onder het bezettingsregime.