Archiefdocument
Origineel
Ongedateerd, stijl en context wijzen op de vroege 20e eeuw (vermoedelijk de periode van de Eerste Wereldoorlog, 1914-1918). De Inspecteur (ondertekening onduidelijk, mogelijk P.H. de Haan of vergelijkbaar). (Noot: Tekst tussen vierkante haken [ ] is doorgehaald in het origineel; tekst tussen vishaakjes ^ ^ betreft tussenvoegingen.)
volksvoeding tot elken (6
prijs moest worden ver-
zekerd. Voorts moet ik
de overtuiging hebben, dat
deze visch op denzelfden
dag en tegen de vast-
gestelde prijzen onder de
bevolking werd gebracht.
Door de gevolgde werk-
wijze is een en ander
naar mijn mening vol-
komen bereikt.
Ten slotte merk ik
hierbij nog op^; dat de^ [ik opgemelde] ver-
zenders des Maandags ^(op^
de afschrijving in hèle
laten berichten, dat zij
voortaan des Zondags geen
visch meer moesten in-
zenden. Ik wijs er echter
op, dat het in bepaalde
gevallen [door treinver-]
traging [natie] in bepaalde
gevallen de visch des
Zaterdags niet op tijd
aanwezig was.
De Inspecteur,
[Handtekening]
N.B. [Voor wat betreft]
[den] ^minst op eigen^ [verkoop van de] versche
visch is [de deze] gedeeld
door de 4 Commissieleden Dit document is een ambtelijke rapportage over de effectiviteit van de visdistributie. De kern van het schrijven is dat de inspecteur tevreden is over de huidige werkwijze: de vis bereikt de bevolking op de dag van aankomst tegen vooraf vastgestelde prijzen.
Er wordt echter een logistiek knelpunt gesignaleerd: de verzenders hebben aangegeven op maandag (waarschijnlijk naar aanleiding van een administratieve wijziging of "afschrijving") dat zij op zondag geen vis meer willen verzenden. De inspecteur waarschuwt dat dit problematisch is, omdat door "treinvertraging" de zendingen van zaterdag soms niet tijdig arriveren. De afsluitende N.B. (nota bene) verduidelijkt dat de feitelijke verdeling van de verse vis niet via de normale handel, maar via vier aangestelde commissieleden verloopt. De gebruikte termen zoals "volksvoeding", "vastgestelde prijzen" en de betrokkenheid van een "commissie" wijzen sterk op een periode van staatsondersteunde voedseldistributie. In Nederland was dit vooral actueel tijdens de Eerste Wereldoorlog (de periode van minister Posthuma), toen de overheid strikte controle uitoefende op de handel in levensmiddelen om schaarste en woekerprijzen tegen te gaan.
De verwijzing naar "treinvertraging" illustreert de afhankelijkheid van het spoorwegnet voor de aanvoer van bederfelijke waar vanuit de kuststeden naar het binnenland. De discussie over het niet verzenden op zondag weerspiegelt de toenmalige spanning tussen religieuze rustdagen en de noodzaak van een continue voedselstroom in tijden van crisis.