Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 31 augustus 1942. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, gezien de referentie naar markten en wijken). Kenmerk: vD/HB. Den Heer M. de Groot, Groen van Prinstererstraat 77 huis, Amsterdam-West. vD/HB.
[handgeschreven in rood potlood: Verzonden 31/8]
den Heer M. de Groot,
Groen van Prinstererstraat 77 huis,
Amsterdam-West.
Wijk 19 A,
20/22/2 M. 31 Augustus 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 dezer deel ik U mede,
dat aan Uw verzoek niet kan worden voldaan, aangezien op de Lin-
dengracht voldoende vischkooplieden een plaats innemen, hetgeen
op het Stadionplein niet het geval is.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer De Groot op 14 augustus 1942 was ingediend. Hoewel het specifieke verzoek niet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het gaat om een standplaatsvergunning voor de verkoop van vis op de Lindengracht.
* Argumentatie: De afwijzing is gebaseerd op marktregulering: op de Lindengracht zijn al voldoende visverkopers aanwezig ("verzadiging van de markt"). De directeur wijst de aanvrager indirect op een mogelijkheid bij het Stadionplein, waar blijkbaar nog wel ruimte is voor een viskoopman.
* Administratieve details: De rode aantekening "Verzonden 31/8" dient als administratieve verificatie dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. Het kenmerk "Wijk 19 A" duidt op de indeling van de stad voor markttoezicht of gemeentelijke administratie. * Tijdsbeeld: Het document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en werd de handel strikt gereguleerd door de overheid en de bezetter.
* Locatie: De genoemde locaties zijn specifiek voor Amsterdam. De Lindengracht in de Jordaan is een historische marktlocatie. Het Stadionplein in Zuid was indertijd een relatief nieuwe buurt.
* Historische nuance: In 1941 en 1942 werden Joodse ondernemers en marktkooplieden door de bezetter stelselmatig uit het economische leven verdrongen via "Arisering" en beperkende maatregelen. Hoewel deze brief op het oog een puur zakelijke afwijzing lijkt over marktverdeling, vonden dergelijke administratieve beslissingen plaats in een klimaat van uitsluiting. Zonder verdere persoonsgegevens van de heer De Groot is niet met zekerheid te zeggen of zijn identiteit een rol speelde bij deze specifieke afwijzing, maar de datum (zomer 1942, het begin van de grootschalige deportaties) maakt elk ambtelijk document uit deze periode beladen. M. de Groot
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer De Groot op 14 augustus 1942 was ingediend. Hoewel het specifieke verzoek niet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het gaat om een standplaatsvergunning voor de verkoop van vis op de Lindengracht.
- Argumentatie: De afwijzing is gebaseerd op marktregulering: op de Lindengracht zijn al voldoende visverkopers aanwezig ("verzadiging van de markt"). De directeur wijst de aanvrager indirect op een mogelijkheid bij het Stadionplein, waar blijkbaar nog wel ruimte is voor een viskoopman.
- Administratieve details: De rode aantekening "Verzonden 31/8" dient als administratieve verificatie dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. Het kenmerk "Wijk 19 A" duidt op de indeling van de stad voor markttoezicht of gemeentelijke administratie.
Historische Context
- Tijdsbeeld: Het document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en werd de handel strikt gereguleerd door de overheid en de bezetter.
- Locatie: De genoemde locaties zijn specifiek voor Amsterdam. De Lindengracht in de Jordaan is een historische marktlocatie. Het Stadionplein in Zuid was indertijd een relatief nieuwe buurt.
- Historische nuance: In 1941 en 1942 werden Joodse ondernemers en marktkooplieden door de bezetter stelselmatig uit het economische leven verdrongen via "Arisering" en beperkende maatregelen. Hoewel deze brief op het oog een puur zakelijke afwijzing lijkt over marktverdeling, vonden dergelijke administratieve beslissingen plaats in een klimaat van uitsluiting. Zonder verdere persoonsgegevens van de heer De Groot is niet met zekerheid te zeggen of zijn identiteit een rol speelde bij deze specifieke afwijzing, maar de datum (zomer 1942, het begin van de grootschalige deportaties) maakt elk ambtelijk document uit deze periode beladen.