Ambtelijk schrijven / memorandum (doorslag van een getypte brief met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Ambtelijk schrijven / memorandum (doorslag van een getypte brief met handgeschreven kanttekeningen). 21 december 1942. Gemeentelijke dienst (kenmerk VB/HB). [Linksboven handgeschreven:]
Verzonden 21/12
[daarboven onleesbare initialen]
[Rechtsboven:]
VB/HB.
[Midden:]
20/35/1
20/35/1 M.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
21 December 1942.
verlenging tijde-
lijke hulpmarkten.
Bij Besluit van den Burgemeester d.d. 19 December 1941 no.1167/
L.M.1941 zijn de daarin genoemde tijdelijke hulpmarkten aangewe-
zen voor ten hoogste één jaar, ingaande 1 Januari 1942.
Bij Besluit van den Burgemeester d.d. 22 Mei 1942 no.259 L.M.
1942, aangevuld bij Besluiten d.d. 20 November en 11 December jl.
no. 822 L.M.1942, werden de Jan Evertsenstraat, het Mosplein en
het Stadionplein aangewezen als tijdelijke hulpmarkten van de
algemeene dagmarkt voor den verkoop van visch, bij laatstgenoem-
de besluiten aangevuld met de artikelen groente, fruit en bloemen.
Met ingang van 16 Juni 1942 werd aangewezen als tijdelijke
hulpmarkt van de algemeene dagmarkt, uitsluitend voor den verkoop
van levensmiddelen, het verhoogde middentrottoir in de Beethoven
straat, tusschen Brahmsstraat en Euterpestraat.
Met ingang van 20 Juni 1942 werd aangewezen als tijdelijke
hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers
en Joodsche bezoekers, het zandterrein aan het Minervaplein, be-
grensd door de Rubensstraat en de Minervalaan, voor den verkoop
van groente en nader aan te wijzen levensmiddelen (Besluit van de
Burgemeester d.d. 19 Juni 1942, no.575 L.M.1942). Dit document is een ambtelijke samenvatting van diverse besluiten van de Amsterdamse burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) met betrekking tot de inrichting van hulpmarkten. Vanwege de oorlogsomstandigheden en schaarste werd de distributie van voedsel strikt gereguleerd.
De tekst noemt specifieke locaties in Amsterdam (Jan Evertsenstraat, Mosplein, Stadionplein, Beethovenstraat) waar tijdelijke markten waren toegestaan voor vis, groente, fruit en bloemen.
Historisch zeer significant is de laatste paragraaf. Hierin wordt de instelling van een gesegregeerde markt op het Minervaplein beschreven, die "uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers" bestemd was. Dit is een direct bewijs van de anti-Joodse maatregelen waarbij de Joodse bevolking uit het openbare leven werd geweerd en in aparte zones werd gedwongen voor hun dagelijkse behoeften. In december 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. De Jodenvervolging was in een kritieke fase beland; de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen waren in de zomer van 1942 begonnen.
De instelling van aparte 'Joodse markten' was onderdeel van een breder beleid van isolatie. Joden mochten op dat moment al niet meer in reguliere winkels kopen (behalve tussen 15:00 en 17:00 uur) en werden door dit soort besluiten fysiek gescheiden van de rest van de Amsterdamse bevolking. Het gebruik van straatnamen als de Euterpestraat (later hernoemd naar de Gerrit van der Veenstraat vanwege het daar gevestigde hoofdkwartier van de SD) en de omgeving van het Minervaplein plaatst dit document midden in het 'Joodse kwartier' van Amsterdam-Zuid in oorlogstijd.