Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 23 maart 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst). [Handgeschreven linksboven:] Gevoteerd [onleesbaar] J.G.
[Handgeschreven rechtsboven:] De [onleesbaar]
VB/HG.
21/5/2 M.
23 Maart 1942.
Restitutie en kwijtschelding
brandstoffenmarktgeld aan
J. Koning.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brand-
stoffenhandelaar J. Koning, Langestraat 45 I inw., mij heeft
medegedeeld, dat zijn lichter, genaamd "De Hoop", groot 124
ton, waarmede hij ligplaats innam aan de brandstoffenmarkt
Prinsengracht, voor het kalenderjaar 1942, op 14 Februari 1942
is gezonken en inmiddels voor afbraak is verkocht.
Koning voornoemd is door het zinken van zijn lich-
ter, waarop hij tevens woonde, zonder middelen van bestaan
gekomen en heeft steun moeten aanvragen. Van het terzake ver-
schuldigde marktgeld ad ƒ 124,- heeft hij den eersten termijn
ad ƒ 31,- voldaan; hij verzoekt hem restitutie van het te veel
betaalde marktgeld te verleenen en kwijtschelding van de res-
teerende drie termijnen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij
billijk. Indien Koning voornoemd het vaartuig volgens maand-
en weektarief had doen liggen, zou hij tot 14 Februari jl.
verschuldigd zijn geweest een bedrag van 1 x 124 x ƒ 0,10 =
ƒ 12,40 plus 2 x 124 x ƒ 0,025 = ƒ 6,20, is tezamen ƒ 18,60,
zoodat hem over het eerste kwartaal een restitutie kan worden
verleend tot een bedrag van ƒ 12,40 (ƒ 31,-- - ƒ 18,60). Over
de resteerende maanden ware hem kwijtschelding te verleenen
tot een bedrag ad ƒ 93,- (drie termijnen ad ƒ 31,-).
Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat aan Koning voornoemd op gronden van billijk-
heid bij besluit van den Burgemeester tot een bedrag van
ƒ 12,40 restitutie van marktgeld wordt verleend, zulks over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op
de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden en kwijt-
schelding van marktgeld tot een bedrag ad ƒ 93,-, zulks krach-
tens het bepaalde in artikel 10 van genoemde Verordening.
De Directeur, In deze brief wordt verzocht om restitutie (terugbetaling) en kwijtschelding van marktgeld voor J. Koning, een brandstoffenhandelaar. De aanleiding is een noodlottig ongeval: zijn lichter 'De Hoop', die zowel als bedrijfsmiddel als woning diende, is op 14 februari 1942 gezonken. Koning is hierdoor broodloos geworden en moet een beroep doen op de sociale bijstand ('steun').
De directeur van de betreffende dienst rekent exact uit welk bedrag Koning feitelijk verschuldigd zou zijn geweest op basis van de periode dat hij de ligplaats aan de Prinsengracht daadwerkelijk heeft gebruikt (ƒ 18,60). Omdat hij reeds ƒ 31,- (het eerste kwartaal) had betaald, wordt geadviseerd ƒ 12,40 terug te geven en de resterende drie termijnen van het jaarbedrag volledig kwijt te schelden. De argumentatie stoelt op 'billijkheid' en specifieke artikelen uit de destijds geldende verordening. Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een groot tekort aan brandstoffen en was de distributie streng gereguleerd. De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen in de transport- en brandstoffensector: het verlies van een schip betekende direct de ondergang van zowel het bedrijf als de persoonlijke huisvesting.
De genoemde locaties (Langestraat en Prinsengracht) duiden op Amsterdam. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' was in die tijd een cruciale post vanwege de toenemende schaarste. Dat dergelijke administratieve processen voor relatief kleine bedragen zo nauwgezet werden afgehandeld, is kenmerkend voor de ambtelijke bureaucratie van die tijd, zelfs onder de moeilijke omstandigheden van de oorlog. J. Koning