Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 26
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag/kopie).

31 maart 1942.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen (doorslag/kopie). 31 maart 1942. [Linksboven:] VB/HG.
[Middenboven, handgeschreven:] Verzonden 1/4
[Rechtsboven, handgeschreven, onduidelijk:] fa Hubers [?]

21/7/2 M.

31 Maart 1942.

Kwijtschelding brandstoffen-
marktgeld fa.H.Hubers.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de fa. H.Hubers & Zoon, brandstoffenhandelaar, Noordermarkt tegenover Westerstraat, mij mededeeling heeft gedaan, dat het vaartuig "Maria II", groot 30 ton, waarmede voor het kalenderjaar 1942 ligplaats aan de brandstoffenmarkt te dezer stede werd ingenomen, met ingang van 20 Maart jl. van de markt is vertrokken, aangezien het vaartuig is verkocht. Van het terzake verschuldigde marktgeld ad ƒ 30,- heeft genoemde firma den eersten termijn ten bedrage van ƒ 7,50 voldaan. Zij verzoekt haar kwijtschelding te verleenen over de resteerende drie termijnen. Inwilliging van het verzoek lijkt mij billijk. Indien de fa. Hubers het vaartuig volgens maandtarief had doen liggen, zou zij verschuldigd zijn geweest 3 x 30 x ƒ 0,10 = ƒ 9,-, zoodat haar kwijtschelding kan worden verleend tot een bedrag van ƒ 21,- (ƒ 30,- - ƒ 9,-).

Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat aan de fa. Hubers door den Burgemeester, zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, kwijtschelding van brandstoffenmarktgeld wordt verleend tot een bedrag van ƒ 21,-.

De Directeur, * De kern van de zaak: De firma H. Hubers & Zoon vraagt een deel van hun marktgeld terug omdat zij hun schip "Maria II" hebben verkocht. Het schip lag op de Noordermarkt in Amsterdam om brandstoffen (waarschijnlijk turf of steenkool) te verhandelen.
* Financiële berekening: De jaarlijkse kosten bedroegen 30 gulden (ƒ). De firma had het eerste kwartaal al betaald (ƒ 7,50). De directeur stelt een berekening voor waarbij de firma enkel betaalt voor de drie maanden dat zij daadwerkelijk aanwezig waren tegen het maandtarief (ƒ 9,-). Hierdoor zou er ƒ 21,- kwijtgescholden moeten worden van het oorspronkelijke jaarbedrag.
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 10 van de 'Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden' om de beslissing te legitimeren.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging"). * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 31 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Voedsel en Brandstof: De geadresseerde is de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In oorlogstijd was de distributie van zowel voedsel als brandstof cruciaal en streng gereguleerd. De Noordermarkt was historisch gezien een belangrijke plek voor de handel in volumineuze goederen zoals brandstoffen.
* Lokaal: De vermelding van de Noordermarkt "tegenover Westerstraat" plaatst deze geschiedenis direct in de Jordaan te Amsterdam. Brandstoffenhandelaren leverden in die tijd kolen en turf aan de stadsbewoners voor verwarming en koken. Het feit dat een schip verkocht wordt in 1942 kan wijzen op economische nood of het vorderen van materieel door de bezetter, al wordt hier enkel gesproken over een reguliere verkoop.

Samenvatting

  • De kern van de zaak: De firma H. Hubers & Zoon vraagt een deel van hun marktgeld terug omdat zij hun schip "Maria II" hebben verkocht. Het schip lag op de Noordermarkt in Amsterdam om brandstoffen (waarschijnlijk turf of steenkool) te verhandelen.
  • Financiële berekening: De jaarlijkse kosten bedroegen 30 gulden (ƒ). De firma had het eerste kwartaal al betaald (ƒ 7,50). De directeur stelt een berekening voor waarbij de firma enkel betaalt voor de drie maanden dat zij daadwerkelijk aanwezig waren tegen het maandtarief (ƒ 9,-). Hierdoor zou er ƒ 21,- kwijtgescholden moeten worden van het oorspronkelijke jaarbedrag.
  • Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 10 van de 'Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden' om de beslissing te legitimeren.
  • Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging").

Historische Context

  • Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 31 maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
  • Voedsel en Brandstof: De geadresseerde is de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In oorlogstijd was de distributie van zowel voedsel als brandstof cruciaal en streng gereguleerd. De Noordermarkt was historisch gezien een belangrijke plek voor de handel in volumineuze goederen zoals brandstoffen.
  • Lokaal: De vermelding van de Noordermarkt "tegenover Westerstraat" plaatst deze geschiedenis direct in de Jordaan te Amsterdam. Brandstoffenhandelaren leverden in die tijd kolen en turf aan de stadsbewoners voor verwarming en koken. Het feit dat een schip verkocht wordt in 1942 kan wijzen op economische nood of het vorderen van materieel door de bezetter, al wordt hier enkel gesproken over een reguliere verkoop.

Gerelateerde Documenten 6