Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 27
Dossier 10
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota betreffende marktgeld.

27 maart 1942 (onderaan gedateerd) / 31 maart 1942 (stempel/registratie bovenaan).

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Adviesnota betreffende marktgeld. 27 maart 1942 (onderaan gedateerd) / 31 maart 1942 (stempel/registratie bovenaan). [Linksboven, handgeschreven:]
Onderwerp:
kwijtschelding brandstoffen-
marktgeld fa. Th. Heubers.

[Rechtsboven, stempels en aantekeningen:]
31/3/42 188
21/7/217
W. e. M. [Wethouder en Meesters?]

[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U.G. [U Edelgestrenge] te berichten, dat de fa. Th. Heubers & Zoon, brandstoffenhandelaren Noorderkade h.v. [hoek van] Westerstraat, mij mededeeling heeft gedaan, dat het vaartuig "Maria II", groot 30 m2, waarmede voor het kalenderjaar 1942 ligplaats aan de brandstoffenmarkt te dezer stede werd ingenomen, m.i.v. 20 Maart j.l. van de markt is vertrokken, aangezien het vaartuig is verkocht.

Van het terzake verschuldigde marktgeld ad f 30.- heeft genoemde firma den eersten termijn ten bedrage van f 7.50 voldaan. Zij verzoekt haar kwijtschelding te verleenen voor de resterende drie termijnen. Inwilliging van het verzoek lijkt mij billijk. Indien de fa. Heubers het vaartuig volgens maandtarief had doen liggen, zou zij verschuldigd zijn geweest 3 x 30 x f 0.10 = f 9.-, zoodat haar kwijtschelding kan worden verleend tot een bedrag van f 21.- (f 30.- - f 9.- = f 21.-).

Ik geef U.G. daarom beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat aan de fa. Heubers door den Burgemeester, zulks op grond van het bepaalde in art. 10 van de Verordening op de Heffing van markt- staaplaats- en vaartgelden, kwijtschelding van brandstoffenmarktgeld wordt verleend tot een bedrag van f 21.-.

[Handtekening/Paraaf, rechts:]
[Onleesbaar, mogelijk 'GD']

[Linksonder:]
MH 27/3 '42 Het document is een formeel ambtelijk advies aan het dagelijks bestuur van de stad (Burgemeester of Wethouders) over een financiële kwestie. De kern van de zaak is een administratieve afhandeling van marktgeld.

De firma Heubers had voor het gehele jaar 1942 een ligplaats gereserveerd voor hun vaartuig "Maria II" op de brandstoffenmarkt (een specifieke markt voor de handel in kolen, hout en turf). Omdat het vaartuig op 20 maart 1942 is verkocht, maken zij geen gebruik meer van de plek. De ambtenaar berekent dat de firma, op basis van de tijd dat zij er wél lagen (januari t/m maart), eigenlijk 9 gulden had moeten betalen volgens het maandtarief. Omdat het jaartarief 30 gulden was en zij al één termijn van 7,50 gulden hadden betaald, wordt geadviseerd om de restschuld kwijt te schelden, wat neerkomt op een bedrag van 21 gulden.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk en procedureel ("heb ik de eer", "beleefd in overweging"), typerend voor de Nederlandse ambtenarij in de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog op de achtergrond woedt, laten documenten als deze zien dat de civiele administratie van steden als Amsterdam grotendeels bleef doordraaien volgens de geldende reglementen en verordeningen.

De "brandstoffenmarkt" was in die tijd van essentieel belang voor de distributie van schaarse brandstoffen (vooral kolen) aan de bevolking. De locatie Noorderkade/Westerstraat wijst op de Noorder- en Westermarkt in de Amsterdamse Jordaan, een gebied dat van oudsher via het water werd bevoorraad. De referentie naar "art. 10 van de Verordening" toont aan dat kwijtschelding een wettelijk kader had en niet louter op willekeur berustte. Het bedrag van 21 gulden was in 1942 een significant bedrag (vergelijkbaar met circa 150-200 euro nu).

Samenvatting

Het document is een formeel ambtelijk advies aan het dagelijks bestuur van de stad (Burgemeester of Wethouders) over een financiële kwestie. De kern van de zaak is een administratieve afhandeling van marktgeld.

De firma Heubers had voor het gehele jaar 1942 een ligplaats gereserveerd voor hun vaartuig "Maria II" op de brandstoffenmarkt (een specifieke markt voor de handel in kolen, hout en turf). Omdat het vaartuig op 20 maart 1942 is verkocht, maken zij geen gebruik meer van de plek. De ambtenaar berekent dat de firma, op basis van de tijd dat zij er wél lagen (januari t/m maart), eigenlijk 9 gulden had moeten betalen volgens het maandtarief. Omdat het jaartarief 30 gulden was en zij al één termijn van 7,50 gulden hadden betaald, wordt geadviseerd om de restschuld kwijt te schelden, wat neerkomt op een bedrag van 21 gulden.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk en procedureel ("heb ik de eer", "beleefd in overweging"), typerend voor de Nederlandse ambtenarij in de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog op de achtergrond woedt, laten documenten als deze zien dat de civiele administratie van steden als Amsterdam grotendeels bleef doordraaien volgens de geldende reglementen en verordeningen.

De "brandstoffenmarkt" was in die tijd van essentieel belang voor de distributie van schaarse brandstoffen (vooral kolen) aan de bevolking. De locatie Noorderkade/Westerstraat wijst op de Noorder- en Westermarkt in de Amsterdamse Jordaan, een gebied dat van oudsher via het water werd bevoorraad. De referentie naar "art. 10 van de Verordening" toont aan dat kwijtschelding een wettelijk kader had en niet louter op willekeur berustte. Het bedrag van 21 gulden was in 1942 een significant bedrag (vergelijkbaar met circa 150-200 euro nu).

Locaties

Vermoedelijk Amsterdam (gezien de referentie naar de Noorderkade en Westerstraat).

Gerelateerde Documenten 6