Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 31 maart 1942. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven: jerwkers G] [Handgeschreven: in stukken] [Stempel: M in cirkel]
HG.
21/8/1 M.
31 Maart 1942.
Kwijtschelding brandstoffen-
marktgeld A.Mohr.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Mohr,
brandstoffenhandelaar, Noorderkerkstraat 16 I, alhier, mij
mededeeling heeft gedaan, dat het vaartuig "Nooit Volmaakt",
groot 87 ton, waarmede voor het kalenderjaar 1942 ligplaats
aan de brandstoffenmarkt te dezer stede werd ingenomen, met
ingang van 20 Maart jl. van de markt is vertrokken, aange-
zien het vaartuig is verkocht. Van het terzake verschuldigde
marktgeld ad ƒ 87,- heeft Mohr voornoemd den eersten termijn
ten bedrage van ƒ 21,75 voldaan. Hij verzoekt hem kwijtschel-
ding te verleenen over de resteerende drie termijnen. Inwil-
liging van het verzoek lijkt mij billijk. Indien Mohr voor-
noemd het vaartuig volgens maandtarief had doen liggen, zou
hij verschuldigd zijn geweest 3 x 87 x ƒ 0,10 = ƒ 26,10,
zoodat hem kwijtschelding kan worden verleend tot een bedrag
van 60,90 (ƒ 87,- - ƒ 26,10).
Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat aan Mohr voornoemd door den Burgemeester,
zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Verorde-
ning op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden,
kwijtschelding van brandstoffenmarktgeld wordt verleend tot
een bedrag van ƒ 60,90.
De Directeur, Deze brief betreft een administratieve afhandeling van marktgelden in de gemeente Amsterdam. De brandstoffenhandelaar A. Mohr, gevestigd aan de Noorderkerkstraat, had voor het jaar 1942 een vaste ligplaats gereserveerd voor zijn schip "Nooit Volmaakt" (87 ton) op de brandstoffenmarkt. Omdat hij het schip in maart 1942 verkocht, verzocht hij om kwijtschelding van het marktgeld voor de rest van het jaar.
De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek in te willigen. Hij berekent dat Mohr, op basis van een maandelijks tarief voor de tijd dat hij er daadwerkelijk lag (januari t/m maart), ƒ 26,10 verschuldigd zou zijn. Aangezien het jaartarief ƒ 87,- bedroeg, stelt de directeur voor om het resterende bedrag van ƒ 60,90 kwijt te schelden, conform de geldende verordeningen. Het document dateert van maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke bureaucratie en de reguliere inning van belastingen en marktgelden grotendeels volgens de vooroorlogse structuren functioneren.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie, aangezien de schaarste aan brandstoffen (zoals kolen en turf) en voedsel leidde tot een strikt distributiesysteem. De brandstoffenmarkt was de plek waar handelaren hun voorraden per schip aanvoerden en verkochten aan de Amsterdammers. De naam van het schip, "Nooit Volmaakt", is een klassieke naam in de Nederlandse binnenvaart. De handgeschreven opmerking "in stukken" wijst erop dat de brief na behandeling kon worden opgeborgen in het archief.