Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 63
Dossier 21
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

21 april 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam, gezien de referentie naar het Singel).

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 21 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam, gezien de referentie naar het Singel). [Linksboven, handgeschreven:] v.d. Bulth(?)
[Rechtsboven, handgeschreven:] Verzonden 22/4

HG.

21/14/2 M.
21 April 1942.

Restitutie en kwijtschelding
brandstoffenmarktgeld aan
J. Okel.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brand-
stoffenhandelaar J. Okel, Singel 43, mij heeft medegedeeld,
dat zijn schuit No. 3141, groot 38 ton, waarmede hij ligplaats
innam aan de brandstoffenmarkt Singel voor de perceelen 41 -
43, voor het kalenderjaar 1942, op 10 April jl. is verkocht.
Van het terzake verschuldigde marktgeld ad ƒ 38,-
[In de kantlijn:] (halfjaarlijkschen heeft hij een/termijn ad ƒ 19,- voldaan; hij verzoekt hem
restitutie van het te veel betaalde marktgeld te verleenen
en kwijtschelding van den resteerenden termijn. Inwilliging van
dit verzoek lijkt mij billijk. Indien Okel voornoemd het
vaartuig volgens maand- en weektarief had doen liggen, zou
hij tot 10 April jl. verschuldigd zijn geweest een bedrag
van 3 x 38 x 10 = ƒ 11,40 plus 2 x 38 x ƒ 0,025 = ƒ 1,90, is
tezamen ƒ 13,30, zoodat hem over het eerste halfjaar een res-
titutie kan worden verleend tot een bedrag van ƒ 5,70
(ƒ 19,- - ƒ 13,30). Over de resteerende maanden ware hem
kwijtschelding te verleenen tot een bedrag ad ƒ 19,-(tweede
halfjaarlijksche termijn).
Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te wil-
len bevorderen, dat aan Okel voornoemd op gronden van bil-
lijkheid bij besluit van den Burgemeester tot een bedrag van
ƒ 5,70 restitutie van marktgeld wordt verleend, zulks over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op
de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden en kwijt-
schelding van marktgeld tot een bedrag ad ƒ 19,-, zulks
krachtens het bepaalde in artikel 10 van genoemde Verorde-
ning.

De Directeur, * Kern van de zaak: De brandstoffenhandelaar J. Okel heeft zijn schuit (nr. 3141) verkocht op 10 april 1942. Omdat hij reeds marktgeld voor het eerste halfjaar had vooruitbetaald, maar de ligplaats aan het Singel na de verkoop niet meer gebruikt, verzoekt hij om teruggave van het teveel betaalde bedrag en kwijtschelding voor de tweede helft van het jaar.
* Berekening: De directeur rekent uit wat de kosten zouden zijn geweest op basis van de werkelijke tijd (tot 10 april). Dit komt neer op ƒ 13,30. Aangezien Okel ƒ 19,- betaalde, heeft hij recht op ƒ 5,70 terug. De tweede termijn van ƒ 19,- hoeft hij niet te betalen.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden", specifiek artikelen 10 en 36.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging wel te willen bevorderen"). Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Brandstofvoorziening (kolen, hout) was in deze periode cruciaal en strikt gereguleerd door de overheid via distributiesystemen. De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, een post die in oorlogstijd ook over de brandstofdistributie en markttoezicht ging. Hoewel het een schijnbaar triviale administratieve kwestie betreft (een restitutie van enkele guldens), toont het de continuïteit van de bureaucratische processen en de handhaving van lokale verordeningen tijdens de bezettingsjaren. De locatie "Singel" duidt zeer waarschijnlijk op Amsterdam, waar van oudsher veel brandstoffen per schuit werden aangevoerd en verhandeld.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: De brandstoffenhandelaar J. Okel heeft zijn schuit (nr. 3141) verkocht op 10 april 1942. Omdat hij reeds marktgeld voor het eerste halfjaar had vooruitbetaald, maar de ligplaats aan het Singel na de verkoop niet meer gebruikt, verzoekt hij om teruggave van het teveel betaalde bedrag en kwijtschelding voor de tweede helft van het jaar.
  • Berekening: De directeur rekent uit wat de kosten zouden zijn geweest op basis van de werkelijke tijd (tot 10 april). Dit komt neer op ƒ 13,30. Aangezien Okel ƒ 19,- betaalde, heeft hij recht op ƒ 5,70 terug. De tweede termijn van ƒ 19,- hoeft hij niet te betalen.
  • Juridische basis: Er wordt verwezen naar de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden", specifiek artikelen 10 en 36.
  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging wel te willen bevorderen").

Historische Context

Dit document stamt uit april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Brandstofvoorziening (kolen, hout) was in deze periode cruciaal en strikt gereguleerd door de overheid via distributiesystemen. De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen, een post die in oorlogstijd ook over de brandstofdistributie en markttoezicht ging. Hoewel het een schijnbaar triviale administratieve kwestie betreft (een restitutie van enkele guldens), toont het de continuïteit van de bureaucratische processen en de handhaving van lokale verordeningen tijdens de bezettingsjaren. De locatie "Singel" duidt zeer waarschijnlijk op Amsterdam, waar van oudsher veel brandstoffen per schuit werden aangevoerd en verhandeld.

Gerelateerde Documenten 6