Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 21 april 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gelieerde afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller
[Middenboven:] HG.
[Linksboven:] 21/14/2 M.
[Rechtsboven:] 21 April 1942.
Restitutie en kwijtschelding
brandstoffenmarktgeld aan
J. Okel.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brand-
stoffenhandelaar J. Okel, Singel 43, mij heeft medegedeeld,
dat zijn schuit No. 3141, groot 38 ton, waarmede hij ligplaats
innam aan de brandstoffenmarkt Singel voor de perceelen 41 -
43, voor het kalenderjaar 1942, op 10 April jl. is verkocht.
Van het terzake verschuldigde marktgeld ad f 38,-
[in de linker marge handgeschreven: halfjaarlijkschen] heeft hij een/termijn ad f 19,- voldaan; hij verzoekt hem
restitutie van het te veel betaalde marktgeld te verleenen
en kwijtschelding van den resteerenden termijn. Inwilliging van
dit verzoek lijkt mij billijk. Indien Okel voornoemd het
vaartuig volgens maand- en weektarief had doen liggen, zou
hij tot 10 April jl. verschuldigd zijn geweest een bedrag
van 3 x 38 x 10 = f 11,40 plus 2 x 38 x f 0,025 = f 1,90, is
tezamen f 13,30, zoodat hem over het eerste halfjaar een res-
titutie kan worden verleend tot een bedrag van f 5,70
(f 19,- - f 13,30). Over de resteerende maanden ware hem
kwijtschelding te verleenen tot een bedrag ad f 19,-(tweede
halfjaarlijkschen termijn).
Ik geef U daarom beleefd in overweging wel te wil-
len bevorderen, dat aan Okel voornoemd op gronden van bil-
lijkheid bij besluit van den Burgemeester tot een bedrag van
f 5,70 restitutie van marktgeld wordt verleend, zulks over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op
de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden en kwijt-
schelding van marktgeld tot een bedrag ad f 19,-, zulks
krachtens het bepaalde in artikel 10 van genoemde Verorde-
ning.
De Directeur, * Kern van de zaak: De brandstoffenhandelaar J. Okel heeft zijn schuit (No. 3141, 38 ton) verkocht op 10 april 1942. Hij had reeds de eerste termijn van het jaarlijkse liggeld betaald (f 19,- van de f 38,-). Omdat hij de ligplaats na de verkoop niet meer gebruikt, vraagt hij een gedeeltelijke teruggaaf over het eerste halfjaar en kwijtschelding voor het tweede halfjaar.
* Berekening: De directeur berekent wat Okel verschuldigd zou zijn geweest als hij per maand/week had betaald tot 10 april. Dit komt neer op f 13,30. Het verschil met de betaalde termijn (f 19,00 - f 13,30 = f 5,70) wordt als restitutie voorgesteld. De tweede termijn van f 19,- moet volledig worden kwijtgescholden.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 10 en Artikel 36 van de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Het besluit hiertoe ligt formeel bij de Burgemeester.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging wel te willen bevorderen"). * Tijdsbeeld: Het document dateert uit april 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De Singel in Amsterdam (percelen 41-43). De brandstoffenmarkt was essentieel voor de distributie van schaarse brandstoffen (zoals kolen) tijdens de oorlogsjaren.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in de oorlogstijd vanwege de distributie en schaarste. Het feit dat dergelijke administratieve details (restitutie van enkele guldens) nog steeds nauwgezet werden afgehandeld, getuigt van de voortzetting van de bureaucratische processen onder het bezettingsbestuur.
* Persoon: De handtekening/naam "M. Müller" rechtsboven kan duiden op een controlerend ambtenaar of een Duits toezichthouder binnen het Amsterdamse apparaat.