Administratieve notitie / Beschikking op een verzoekschrift.
Origineel
Administratieve notitie / Beschikking op een verzoekschrift. 13 mei 1942 tot 2 juni 1942. om voor allerlei redenen die zich kunnen voordoen.
(reparaties, gebrek aan brandstoffen etc) en die
de oorzaak zijn dat de vaartuigen leeg aan de
wal liggen - vrijstelling van het betalen van
wachtgeld te verleenen.
[Datumstempel in blauw:] 13 MEI 1942
[In rode inkt:]
* Verzoek niet toestaan [gevolgd door paraaf/handtekening:] Müller t.h.
21-5-'42
[paraf]
[In zwarte inkt:]
Door controleur W. v.d. Vlis d.d. mededeeling
[Dubbele rode onderstreping]
Hr. Bijman.
Betreffende van afwijzing verzoek
mondeling kennis geven.
[Paraaf/Handtekening]
Minut: 28/5 '42
Jonbergen
13 2/6 '42 Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek om vrijstelling van het betalen van "wachtgeld" (een vergoeding of belasting voor schepen die stilliggen). De redenen voor dit verzoek zijn typerend voor de oorlogsjaren: reparaties en vooral het "gebrek aan brandstoffen", waardoor vaartuigen noodgedwongen leeg aan de wal blijven liggen.
De besluitvorming is zichtbaar door de verschillende kleuren inkt:
1. De tekst bovenaan formuleert de kern van het verzoek.
2. De rode inkt is van een hogere functionaris (mogelijk een Duitse Referent of een hooggeplaatste Nederlandse ambtenaar genaamd Müller) die het verzoek resoluut afwijst op 21 mei 1942 met de woorden: "Verzoek niet toestaan".
3. De onderste sectie bevat de instructies voor de verdere afhandeling. Controleur W. van der Vlis heeft de mededeling gedaan, en een zekere Jonbergen (of Tonbergen) geeft opdracht aan de heer Bijman om de afwijzing "mondeling kennis [te] geven". Dit duidt op een informele of voorzichtige wijze van communiceren van slecht nieuws. Dit document stamt uit mei/juni 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de controle over de Nederlandse distributie en economie steeds strakker aanhaalde. De schaarste aan brandstoffen (kolen en olie) was in 1942 nijpend, waardoor de binnenvaart grotendeels lamgelegd werd.
Het weigeren van vrijstelling van wachtgeld was een manier voor de overheid (of de bezetter) om inkomsten te behouden en mogelijk om schippers te dwingen hun vaartuigen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie, ondanks de moeilijke omstandigheden. De aanwezigheid van de naam "Müller" (met de toevoeging 't.h.' wat zou kunnen staan voor 'ter hand' of een afdeling) suggereert direct toezicht door of nauwe samenwerking met de bezettingsautoriteiten. W. v.d. Vlis