Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 94
Dossier 21
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbrief/Memorandum.

21 mei 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Ambtsbrief/Memorandum. 21 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:] W. Muller
[Getypt midden boven:] HG.
[Handgeschreven diagonaal:] Verzonden 22/5
[Getypt links:] 21/19/2 M.
[Getypt rechts:] 21 Mei 1942.

[Getypt links:]
Kwijtschelding brandstoffen-
marktgeld ten name van de
brandstoffenhandel "Rapkro"
(J.A.Rappange)

[Getypt rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Body tekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brandstoffenhandel "Rapkro" (J.A.Rappange), die voor het kalenderjaar 1942 met een vaartuig, genaamd "Martina", groot 60 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 16 Mei 1942 dit vaartuig heeft verkocht. Rappange voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie en kwijtschelding van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld is ƒ 30,- voldaan. Indien Rappange zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij verschuldigd zijn geweest: 4 x 60 x ƒ 0,10 = ƒ 24,- + 3 x 60 x ƒ 0,025 = ƒ 4,50 is tezamen ƒ 28,50, zoodat aan Rappange voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van ƒ 30,- - ƒ 28,50 = ƒ 1,50 en kwijtschelding van het resteerende bedrag ad ƒ 30,- .
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester krachtens de bepalingen van artikel 36 van de verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden aan Rappange restitutie van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van ƒ 1,50 en krachtens de bepalingen van artikel 10 van deze verordening kwijtschelding van marktgeld tot een bedrag van ƒ 30,-.

[Getypt rechtsonder:] De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een verzoek wordt gedaan voor een financiële correctie ten gunste van een ondernemer. J.A. Rappange, eigenaar van brandstoffenhandel "Rapkro", had voor het hele jaar 1942 een ligplaats voor zijn 60-tons schip "Martina" op een lokale brandstoffenmarkt. Omdat hij het schip op 16 mei 1942 verkocht, vraagt hij om teruggaaf van te veel betaald geld en kwijtschelding van het nog openstaande bedrag voor de rest van het jaar.

De berekening in de brief laat zien dat hij ƒ 30,- had aanbetaald. Op basis van de werkelijke tijd (4 maanden en 3 weken) had hij slechts ƒ 28,50 verschuldigd moeten zijn. De directeur adviseert daarom de wethouder om de burgemeester te laten besluiten tot een restitutie van ƒ 1,50 en kwijtschelding van de resterende termijn van ƒ 30,-. Hierbij wordt verwezen naar specifieke artikelen (10 en 36) van de vigerende marktverordening. Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is typerend voor deze periode; brandstoffen (zoals kolen en turf) werden als essentiële levensbehoeften beschouwd en de distributie en verkoop ervan stonden onder strikt toezicht van de overheid.

Hoewel de oorlogssituatie nijpend was, toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie en administratieve processen voor marktgelden en vergunningen op een formele en nauwgezette wijze werden voortgezet. De brandstoffenhandel "Rapkro" was destijds een bekende firma in Amsterdam, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit het Amsterdamse stadsarchief (de code "HG" zou kunnen verwijzen naar de afdeling Handels- en Grondzaken). De handgeschreven notitie "Verzonden 22/5" bevestigt de snelle ambtelijke afhandeling.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een verzoek wordt gedaan voor een financiële correctie ten gunste van een ondernemer. J.A. Rappange, eigenaar van brandstoffenhandel "Rapkro", had voor het hele jaar 1942 een ligplaats voor zijn 60-tons schip "Martina" op een lokale brandstoffenmarkt. Omdat hij het schip op 16 mei 1942 verkocht, vraagt hij om teruggaaf van te veel betaald geld en kwijtschelding van het nog openstaande bedrag voor de rest van het jaar.

De berekening in de brief laat zien dat hij ƒ 30,- had aanbetaald. Op basis van de werkelijke tijd (4 maanden en 3 weken) had hij slechts ƒ 28,50 verschuldigd moeten zijn. De directeur adviseert daarom de wethouder om de burgemeester te laten besluiten tot een restitutie van ƒ 1,50 en kwijtschelding van de resterende termijn van ƒ 30,-. Hierbij wordt verwezen naar specifieke artikelen (10 en 36) van de vigerende marktverordening.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is typerend voor deze periode; brandstoffen (zoals kolen en turf) werden als essentiële levensbehoeften beschouwd en de distributie en verkoop ervan stonden onder strikt toezicht van de overheid.

Hoewel de oorlogssituatie nijpend was, toont dit document aan dat de gemeentelijke bureaucratie en administratieve processen voor marktgelden en vergunningen op een formele en nauwgezette wijze werden voortgezet. De brandstoffenhandel "Rapkro" was destijds een bekende firma in Amsterdam, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit het Amsterdamse stadsarchief (de code "HG" zou kunnen verwijzen naar de afdeling Handels- en Grondzaken). De handgeschreven notitie "Verzonden 22/5" bevestigt de snelle ambtelijke afhandeling.

Gerelateerde Documenten 6