Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 97
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

29 mei 1942.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 29 mei 1942. [Stempel linksboven:] Nº 21/19/4 M. 1042 W/W
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw.
No. 55/13 L.M. 1942.
Kwijtschelding en restitutie marktgeld.

[Handgeschreven paraaf in blauw/zwart]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 29 Mei 1942.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, de Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 21 Mei 1942, No. 21/19/2 M;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden;

B e s l u i t :

aan J.A. Rappange (brandstoffenhandel "Rapkro") op gronden van billijkheid
a. restitutie van marktgeld te verleenen tot een bedrag van f 1.50;
b. kwijtschelding van marktgeld te verleenen tot een bedrag van f 30.-.
— Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën.
EB
[paraaf]

[Handgeschreven in rood:] gezien 17/6-'42 [paraaf]

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN

[Handgeschreven aantekeningen onderaan in potlood/pen:]
afrek. 123.-
31.50
-------
154.50
rest bed 93.-
-------
61.50

30.75.

[Rechtsonder:] 21 Dit document is een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een financiële tegemoetkoming aan een ondernemer, J.A. Rappange, die een brandstoffenhandel genaamd "Rapkro" dreef.

De kernpunten van het besluit zijn:
1. Restitutie: De terugbetaling van een klein bedrag (1,50 gulden) aan reeds betaald marktgeld.
2. Kwijtschelding: Het kwijtschelden van een nog openstaand bedrag van 30 gulden.
3. Motivering: De beslissing is genomen op "gronden van billijkheid", wat suggereert dat er bijzondere omstandigheden waren (bijvoorbeeld ziekte, overmacht of economische nood door de oorlog) waardoor betaling niet redelijk werd geacht.

Onderaan het document staan handgeschreven berekeningen die lijken te wijzen op de afwikkeling van de openstaande posten of een verdeling van kosten. Het bedrag van 30,75 gulden onderaan de streep correspondeert nagenoeg met de som van de kwijtschelding en restitutie (31,50 gulden), wat mogelijk wijst op een netto verrekening. Ten tijde van dit besluit (mei 1942) stond Amsterdam onder Duits gezag. De burgemeester was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Hoewel het een periode van grote politieke en sociale omwenteling was, bleef de dagelijkse bureaucratie van de stad — zoals het innen en kwijtschelden van marktgeld — gewoon doorgaan.

De brandstoffenhandel ("Rapkro") was in 1942 een cruciale maar moeilijke sector vanwege de schaarste aan kolen en andere brandstoffen door de oorlogsvoering. Bedrijven in deze sector stonden onder strikte distributieregels. De "billijkheid" die hier wordt aangehaald, kan te maken hebben met het feit dat de ondernemer door deze distributiebeperkingen of vorderingen van de bezetter zijn standplaats niet optimaal kon benutten.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie, ondanks de bezetting, de procedures van de "Verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden" nauwgezet bleef volgen. De ondertekening door de gemeentesecretaris J.F. Franken bevestigt de authenticiteit van het extract uit de officiële besluitenregisters.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een financiële tegemoetkoming aan een ondernemer, J.A. Rappange, die een brandstoffenhandel genaamd "Rapkro" dreef.

De kernpunten van het besluit zijn:
1. Restitutie: De terugbetaling van een klein bedrag (1,50 gulden) aan reeds betaald marktgeld.
2. Kwijtschelding: Het kwijtschelden van een nog openstaand bedrag van 30 gulden.
3. Motivering: De beslissing is genomen op "gronden van billijkheid", wat suggereert dat er bijzondere omstandigheden waren (bijvoorbeeld ziekte, overmacht of economische nood door de oorlog) waardoor betaling niet redelijk werd geacht.

Onderaan het document staan handgeschreven berekeningen die lijken te wijzen op de afwikkeling van de openstaande posten of een verdeling van kosten. Het bedrag van 30,75 gulden onderaan de streep correspondeert nagenoeg met de som van de kwijtschelding en restitutie (31,50 gulden), wat mogelijk wijst op een netto verrekening.

Historische Context

Ten tijde van dit besluit (mei 1942) stond Amsterdam onder Duits gezag. De burgemeester was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. Hoewel het een periode van grote politieke en sociale omwenteling was, bleef de dagelijkse bureaucratie van de stad — zoals het innen en kwijtschelden van marktgeld — gewoon doorgaan.

De brandstoffenhandel ("Rapkro") was in 1942 een cruciale maar moeilijke sector vanwege de schaarste aan kolen en andere brandstoffen door de oorlogsvoering. Bedrijven in deze sector stonden onder strikte distributieregels. De "billijkheid" die hier wordt aangehaald, kan te maken hebben met het feit dat de ondernemer door deze distributiebeperkingen of vorderingen van de bezetter zijn standplaats niet optimaal kon benutten.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie, ondanks de bezetting, de procedures van de "Verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden" nauwgezet bleef volgen. De ondertekening door de gemeentesecretaris J.F. Franken bevestigt de authenticiteit van het extract uit de officiële besluitenregisters.

Gerelateerde Documenten 6