Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 223
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

6 mei 1941. Van: Onleesbare handtekening (mogelijk N. Kwak of H. Kwak). Aan: Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 6 mei 1941. Onleesbare handtekening (mogelijk N. Kwak of H. Kwak). Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Aan Den Directeur Markwezen

M.H.
In verband met de toewijzing van een vaste
standplaats in de Alb. Cuijpstr. moet ik U mededeelen
dat ik thans ben opgenomen in het Westergasthuis en
verzoek ik U goed te willen vinden dat mijn vader
voor mij als ~~sta~~ plaats vervanger optreed inplaats
van een echtgenoote, die ik niet heb,
Vertrouwende dat U dit goed zult vinden

Achtend

A.dam. 6/5 41

[Handtekening]

No ~~86...~~ M. 1942 7/5
25/13/1

[Rechtsonder:]
inschrijven
ae. De brief is een formeel verzoek aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De schrijver heeft een vaste standplaats toegewezen gekregen op de Albert Cuypmarkt, maar kan deze niet persoonlijk innemen vanwege een opname in het Westergasthuis.

De kern van het verzoek is een afwijking van de destijds geldende regels voor plaatsvervanging. Normaal gesproken mocht een echtgenoot/echtgenote als vaste vervanger optreden. Omdat de schrijver ongehuwd is, wordt er toestemming gevraagd om de vader als plaatsvervanger te laten optreden.

De administratieve krabbels onderaan duiden op de verwerking door de gemeentelijke diensten. Hoewel de brief in mei 1941 is geschreven, lijkt de grote stempel "M. 1942 7/5" te verwijzen naar een registratie of afhandeling in mei 1942, wat kan duiden op een trage bureaucratie of een herhaald dossier. Het document dateert van één jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode veranderde de regelgeving voor marktkooplieden drastisch, mede door de anti-Joodse maatregelen die vanaf 1941 de toegang voor Joodse kooplieden tot de markten beperkten.

De verwijzing naar het Westergasthuis (het huidige terrein van het WG-Plein en onderdeel van het latere OLVG) plaatst de afzender fysiek in de Amsterdamse zorgsector van die tijd. De strikte regelgeving omtrent wie als plaatsvervanger mocht optreden (meestal alleen directe familie of echtgenoten) was bedoeld om 'onderverhuur' of illegale handel in standplaatsen tegen te gaan. De persoonlijke omstandigheden van de schrijver (ongehuwd, ziek) maken dit tot een menselijk verzoek binnen een star bureaucratisch systeem.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De schrijver heeft een vaste standplaats toegewezen gekregen op de Albert Cuypmarkt, maar kan deze niet persoonlijk innemen vanwege een opname in het Westergasthuis.

De kern van het verzoek is een afwijking van de destijds geldende regels voor plaatsvervanging. Normaal gesproken mocht een echtgenoot/echtgenote als vaste vervanger optreden. Omdat de schrijver ongehuwd is, wordt er toestemming gevraagd om de vader als plaatsvervanger te laten optreden.

De administratieve krabbels onderaan duiden op de verwerking door de gemeentelijke diensten. Hoewel de brief in mei 1941 is geschreven, lijkt de grote stempel "M. 1942 7/5" te verwijzen naar een registratie of afhandeling in mei 1942, wat kan duiden op een trage bureaucratie of een herhaald dossier.

Historische Context

Het document dateert van één jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode veranderde de regelgeving voor marktkooplieden drastisch, mede door de anti-Joodse maatregelen die vanaf 1941 de toegang voor Joodse kooplieden tot de markten beperkten.

De verwijzing naar het Westergasthuis (het huidige terrein van het WG-Plein en onderdeel van het latere OLVG) plaatst de afzender fysiek in de Amsterdamse zorgsector van die tijd. De strikte regelgeving omtrent wie als plaatsvervanger mocht optreden (meestal alleen directe familie of echtgenoten) was bedoeld om 'onderverhuur' of illegale handel in standplaatsen tegen te gaan. De persoonlijke omstandigheden van de schrijver (ongehuwd, ziek) maken dit tot een menselijk verzoek binnen een star bureaucratisch systeem.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6