Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 18 mei 1942. Theodorus Franciscus Papendorp, woonachtig aan de Postjesweg 12 II. Nº 25/16/1 M. 1942 2/5
Amsterdam 18 Mei 1942.
Weled. Heer.
Ondergetekende, Theodorus, Franciscus Papendorp, vaste standplaatshouder Nº 265 op de Albert Cuypstraat, zou U gaarne verzoeken hem toestemming te willen geven, om een assistent genaamd: Pierre, Jacques, Gomms, geboren te Amsterdam 23 Januari 1918, te mogen nemen.
Reden van dit verzoek is, dat ondergetekende zich bezig houdt met het verkoopen van ijs, koek enz., wat op het moment een drukte met zich mede brengt, vooral wat het ontvangen van geld betreft.
Hopende, een gunstig antwoord van U te mogen ontvangen teekent hij met de meeste hoogachting
Th. F. Papendorp
Postjesweg 12 II De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de marktmeester of een gemeentelijke instantie in Amsterdam. De toon is beleefd en zakelijk ("Weled. Heer", "hoogachting").
De afzender, T.F. Papendorp, exploiteert standplaats 265 op de Albert Cuypmarkt. Hij verkoopt consumptieartikelen zoals ijs en koek. Hij vraagt toestemming om Pierre Jacques Gomms (destijds 24 jaar oud) als assistent aan te stellen. De noodzaak hiervoor wordt gemotiveerd door de drukte bij de verkoop, waarbij specifiek de handeling van het afrekenen ("ontvangen van geld") als knelpunt wordt genoemd.
Het handschrift is een vlot maar duidelijk leesbaar 'schoolschrift' uit de eerste helft van de 20e eeuw. De administratieve aantekeningen bovenin en de paraaf bij "w. Insp" duiden op een officiële verwerking in het archief van de marktinspectie. Dit document stamt uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was in deze periode een vitale plek voor de voedselvoorziening, maar stond ook onder streng toezicht.
Interessant is dat in september 1941, minder dan een jaar voor deze brief, alle Joodse marktkooplieden van de Albert Cuypmarkt waren verdreven en gedwongen verplaatst naar speciale 'Joodse markten'. Dit veranderde de dynamiek op de markt aanzienlijk. Het feit dat Papendorp een assistent nodig heeft vanwege de drukte, suggereert dat zijn handel in ijs en koek — ondanks de rantsoenering en oorlogstijd — nog steeds succesvol genoeg was om extra hulp te rechtvaardigen. Het aanvragen van een officiële vergunning voor een assistent was een standaard procedure om zwartwerk te voorkomen en controle te houden op wie er op de markt werkzaam was. F. Papendorp T.F. Papendorp