Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 242
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Klachtbrief / handgeschreven relaas.

Van: J. Saur, Albert Cuypstraat 203 II, Amsterdam.

Origineel

Klachtbrief / handgeschreven relaas. J. Saur, Albert Cuypstraat 203 II, Amsterdam. II.
heb ik op de markt gestaan bij de v.d Helstraat daar
was een boer aan het verkopen van aal aan Publiek
het merendeel (Kennissen van zij noemde hem bij zijn naam)
dat Publiek kwam van de zijweg tussen de stallen door
en ik ging daar ook bij staan, doch een dikke
agent gelaste mij ik moest op het trotoir gaan staan
in de rij ik gaf hem daar op antwoord dat die andere
kopers dan daar ook moesten staan, doch daar is geen
gevolg aan gegeven, de dikke en de mageren agent gingen
weg met aal onze rij schoot niet op voor dat zij weg
gingen heb ik die dikke agent gezegd dat hij zijn plicht
moest doen waar op hij mij uit stond te lachen ik
heb er de Hoofd Commissaris van in kennis gesteld
Ook heb ik den Chef markmeester van in
kennis gesteld ik verzoek u beleefd aan die
wantoestand een einde te maken
in afwachting
Hoogachtend J. Saur
Albertcuypstraat
203 II

P S
mij vrouw heeft heden morgen van 8 tot 1/2 12 weer gestaan
op de markt er waren 14 karren doch zij heeft
ler geen aal kunnen krijgen de Politie die er bij
stond trok zich er niets van aan zij doen net of
hun neus bloeid. het wort hoog tijd dat u aan die
toestand een einde maakt !!
in de zijweg op de hoek van de Govert vlink en van de Helstraat
word de aal verkocht voor f 2.50 per pond Het document is een getuigenverslag van een burger die zich benadeeld voelt door de gang van zaken op de markt. De kern van de klacht is tweeledig:
1. Vriendjespolitiek en voorkeursbehandeling: Een boer verkoopt aal aan "kennissen" die de wachtrij omzeilen door via een zijweg tussen de kramen door te komen.
2. Corruptie en plichtsverzuim door de politie: Een corpulentere agent dwingt de schrijver terug in de rij, terwijl de voordringers ongemoeid worden gelaten. Erger nog, de agenten ("de dikke en de mageren") vertrekken zelf met aal, wat duidt op steekpenningen of het aannemen van gunsten. Wanneer de schrijver de agent op zijn plicht wijst, wordt hij uitgelachen.

De toon is formeel maar verontwaardigd, wat blijkt uit het gebruik van het woord "wantoestand" en de dubbele uitroeptekens in de postscriptum. De spelling bevat diverse archaïsmen en fouten (bijv. "trotoir", "bloeid", "wort", "Govert vlink", "Helstraat" in plaats van Helststraat), wat wijst op een schrijver uit de werkende klasse. De brief schetst een levendig beeld van de Albert Cuypmarkt in Amsterdam (hoek Van der Helststraat / Govert Flinckstraat). De genoemde prijs van f 2,50 per pond voor aal was in de vroege 20e eeuw aanzienlijk hoog, wat suggereert dat er sprake was van schaarste of een periode van inflatie.

De uitdrukking "doen alsof hun neus bloedt" (hier geschreven als bloeid) wordt gebruikt om de onverschilligheid van de aanwezige politieagenten te beschrijven. Het document is een waardevolle sociaal-historische bron die de spanningen tussen burgers, marktkooplieden en de overheid (politie) illustreert in een tijd van schaarste en strikte distributie. De afzender geeft aan de klacht breed te hebben uitgezet (Hoofdcommissaris en Chef Markmeester), wat de ernst van de zaak voor de betrokkenen onderstreept.

Samenvatting

Het document is een getuigenverslag van een burger die zich benadeeld voelt door de gang van zaken op de markt. De kern van de klacht is tweeledig:
1. Vriendjespolitiek en voorkeursbehandeling: Een boer verkoopt aal aan "kennissen" die de wachtrij omzeilen door via een zijweg tussen de kramen door te komen.
2. Corruptie en plichtsverzuim door de politie: Een corpulentere agent dwingt de schrijver terug in de rij, terwijl de voordringers ongemoeid worden gelaten. Erger nog, de agenten ("de dikke en de mageren") vertrekken zelf met aal, wat duidt op steekpenningen of het aannemen van gunsten. Wanneer de schrijver de agent op zijn plicht wijst, wordt hij uitgelachen.

De toon is formeel maar verontwaardigd, wat blijkt uit het gebruik van het woord "wantoestand" en de dubbele uitroeptekens in de postscriptum. De spelling bevat diverse archaïsmen en fouten (bijv. "trotoir", "bloeid", "wort", "Govert vlink", "Helstraat" in plaats van Helststraat), wat wijst op een schrijver uit de werkende klasse.

Historische Context

De brief schetst een levendig beeld van de Albert Cuypmarkt in Amsterdam (hoek Van der Helststraat / Govert Flinckstraat). De genoemde prijs van f 2,50 per pond voor aal was in de vroege 20e eeuw aanzienlijk hoog, wat suggereert dat er sprake was van schaarste of een periode van inflatie.

De uitdrukking "doen alsof hun neus bloedt" (hier geschreven als bloeid) wordt gebruikt om de onverschilligheid van de aanwezige politieagenten te beschrijven. Het document is een waardevolle sociaal-historische bron die de spanningen tussen burgers, marktkooplieden en de overheid (politie) illustreert in een tijd van schaarste en strikte distributie. De afzender geeft aan de klacht breed te hebben uitgezet (Hoofdcommissaris en Chef Markmeester), wat de ernst van de zaak voor de betrokkenen onderstreept.

Gerelateerde Documenten 6