Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 256
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Amsterdam, 25 juli 1942 Van: Een ongenoemde burger (waarschijnlijk woonachtig nabij de Albert Cuypstraat)

Origineel

Amsterdam, 25 juli 1942 Een ongenoemde burger (waarschijnlijk woonachtig nabij de Albert Cuypstraat) Amsterdam 25. 7 42
Aan den Weledel Heer Directeur
van Het Marktwezen te Amsterdam
Jan van Galenstraat 14

Geachte Heer Directeur

Gisteren morgen te 10 uur heeft den Chef Marktmeester
aan het wachtend Publiek op den aalmarkt in den
Albert Cuypstraat, den vraag gesteld wie den vorigen dag
aal gehaald heeft; ik heb toen direkt gezegd tegen den Chef
dat ik aal had gehad Donderdag: Zijn antwoord was
dat er een verordening was uitgevaardigd dat het
Publiek een maal gerookt en een maal versche aal
mocht kopen per week, namens den Wethouder.
Ik ben toen den rij uit gegaan, en heb verschillende
menschen aangewezen die deze week meer als één keer
aal hadden gekocht want er zijn er bij die allen dagen
aal kopen duur of goed koop, gerookte of versche zij
kopen, en er zijn er onder die het met winst verkopen
wat enkelen mijn zelf verteld hebben: Doch toen ik
verschillende aangewezen had die dagelijks aal kochten
hebben zij dat ontkennend beantwoord; den markt
meester en zijn Chef kennen al die Lui zeer goed
doch kregen zij gisteren en heden morgen toch aal
heden morgen heb ik ze ook weer aangewezen
doch het zelfde resultaat als gisteren heeft het
uit gewerkt; Ik heb gisteren den Marktmeester
in overweging gegeven een kaartensysteem in het
leven te roepen het zij stempel of knip kaart In deze brief beklaagt een Amsterdamse burger zich over de gang van zaken bij de aalmarkt in de Albert Cuypstraat. De kern van de klacht is de oneerlijke verdeling van de beschikbare vis. Terwijl de schrijver zich eerlijk aan de regels houdt (door toe te geven al eerder die week aal te hebben gekocht en braaf de rij te verlaten), ziet hij/zij dat anderen dagelijks vis kopen.

Volgens de schrijver wordt deze vis vervolgens met winst doorverkocht (zwarte handel). De schrijver uit frustratie over het feit dat de marktmeester en diens chef deze personen wel kennen, maar desondanks toch vis aan hen blijven verkopen, zelfs nadat de schrijver hen expliciet heeft aangewezen. Als oplossing stelt de briefschrijver voor om een strikt administratief systeem in te voeren met stempel- of knipkaarten om fraude tegen te gaan. De toon van de brief is plichtsgetrouw, maar ook verontwaardigd over de corruptie of laksheid van het marktpersoneel. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de voedselschaarste hand over hand toe en werd vrijwel alles "op de bon" gezet via het distributiesysteem.

Vis, en met name aal (paling), was een belangrijke bron van proteïne, maar de handel erin was vaak chaotisch en gevoelig voor de "zwarte markt". De overheid probeerde via verordeningen (zoals de genoemde beperking tot één aankoop per week) de schaarste te beheersen. De brief illustreert de sociale spanningen die ontstonden door de schaarste: burgers hielden elkaar scherp in de gaten, en de grens tussen burgerzin en verklikkerij was in deze tijd vaak flinterdun. Het document biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de bureaucratische uitdagingen van de Amsterdamse marktmeesters tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

In deze brief beklaagt een Amsterdamse burger zich over de gang van zaken bij de aalmarkt in de Albert Cuypstraat. De kern van de klacht is de oneerlijke verdeling van de beschikbare vis. Terwijl de schrijver zich eerlijk aan de regels houdt (door toe te geven al eerder die week aal te hebben gekocht en braaf de rij te verlaten), ziet hij/zij dat anderen dagelijks vis kopen.

Volgens de schrijver wordt deze vis vervolgens met winst doorverkocht (zwarte handel). De schrijver uit frustratie over het feit dat de marktmeester en diens chef deze personen wel kennen, maar desondanks toch vis aan hen blijven verkopen, zelfs nadat de schrijver hen expliciet heeft aangewezen. Als oplossing stelt de briefschrijver voor om een strikt administratief systeem in te voeren met stempel- of knipkaarten om fraude tegen te gaan. De toon van de brief is plichtsgetrouw, maar ook verontwaardigd over de corruptie of laksheid van het marktpersoneel.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de voedselschaarste hand over hand toe en werd vrijwel alles "op de bon" gezet via het distributiesysteem.

Vis, en met name aal (paling), was een belangrijke bron van proteïne, maar de handel erin was vaak chaotisch en gevoelig voor de "zwarte markt". De overheid probeerde via verordeningen (zoals de genoemde beperking tot één aankoop per week) de schaarste te beheersen. De brief illustreert de sociale spanningen die ontstonden door de schaarste: burgers hielden elkaar scherp in de gaten, en de grens tussen burgerzin en verklikkerij was in deze tijd vaak flinterdun. Het document biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de bureaucratische uitdagingen van de Amsterdamse marktmeesters tijdens de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6