Archiefdocument
Origineel
25 augustus 1942 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van de Voedselvoorziening) vD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
25/17/9 M. 1. 25 Augustus 1942.
Klachten van J.Suar
over vischverdeeling.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 6 dezer om advies ontvangen stuk No. 702 L.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat het euvel, dat door adressant wordt beschreven, zich op alle verkoopplaatsen van visch voordoet. Er wordt regelmatig over geklaagd, dat bepaalde personen zich dagelijks in de rij voor het koopen van verdeelvisch opstellen, terwijl het eveneens veelvuldig voorkomt, dat meerdere personen uit een gezin deze visch trachten te bemachtigen.
Zooals U bekend is, is het contrôleerend personeel op de markten opgedragen om tegen een en ander op te treden en personen, die zich hieraan schuldig maken, uit de rij te verwijderen. Ik ben het echter volkomen met adressant eens, dat een afdoende contrôle op deze wijze niet is te bereiken. Het alternatief zou echter zijn: een officieel distributie van visch. Gelet op den zeer geringen, en vooral wisselvalligen aanvoer kan dit echter niet in overweging worden genomen. Het uitreiken van knipkaarten zou voor Amsterdam reeds beteekenen, dat 200.000 van zulke kaarten moeten worden uitgegeven. De daarmee gepaard gaande contrôle-maatregelen zouden - nog daargelaten de finacieele bezwaren - dermate uitgebreid moeten zijn, dat ze in wanverhouding zouden komen tot de geringe hoeveelheid visch, welke wordt aangevoerd. Deze brief is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen naar aanleiding van een klacht van een burger (J. Suar). De klager stelt dat de verdeling van vis oneerlijk verloopt: bepaalde mensen staan elke dag in de rij en gezinnen sturen meerdere leden om extra porties te bemachtigen.
De ambtenaar erkent het probleem en geeft aan dat controleurs weliswaar proberen in te grijpen door "voordringers" of "dubbel-kopers" uit de rij te verwijderen, maar dat dit dweilen met de kraan open is. Als structurele oplossing wordt officiële distributie (met distributiebonnen of knipkaarten) besproken, maar dit wordt afgeraden. De redenen hiervoor zijn de onregelmatige aanvoer van vis en de enorme administratieve en financiële last: voor Amsterdam zouden er 200.000 kaarten gedrukt en gecontroleerd moeten worden, wat niet in verhouding staat tot de kleine hoeveelheid vis die daadwerkelijk beschikbaar is. Het document dateert uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voedselschaarste was in deze periode een nijpend probleem. Veel basisbehoeften waren al op de bon, maar voor verse producten zoals vis, waarvan de aanvoer sterk afhankelijk was van de vangst en oorlogsomstandigheden op zee, was een strak distributiesysteem lastig in te voeren.
De "verdeelvisch" waarover gesproken wordt, was vis die via gecontroleerde kanalen op de markt kwam, maar blijkbaar nog zonder een individueel bonnensysteem voor elke burger. De brief illustreert de dagelijkse strijd van burgers om voedsel en de bureaucratische afwegingen van het stadsbestuur om de schaarste te beheren zonder te bezwijken onder administratieve druk.