Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorbedrukt formulier.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorbedrukt formulier. [Linksboven in kader]
B I J B L A D V A N:
M. No. 25/17/11 194 2
DOORGEZONDEN: 19/10
[Rechtsboven]
25/17/12
20/10/42 [paraaf]
[Hoofdtekst]
~~brief terugzending~~
In antwoord op den brief van den heer Jansen d.d.
15-10-'42 die ~~te mij~~ de sectie ondergetekenden d.d. 17-10-42 om advies
zond mogen wij opmerken, dat genoemde persoon
regelmatig een zelfde soort brief schrijft inhou-
dende een ontelbaar aantal niet nauwkeu-
rig omschreven en niet te controleeren klachten.
Hij behoort tot het type: "brieven-schrijver," die
niet ernstig zijn te nemen.
Wij ~~mogen~~ stellen mitsdien in overweging dezen en
nog zeker vele de nog komende brieven
terzijde te leggen.
[Rechtsonder]
de Gen. Adv.
[Handtekening/Paraaf]
[Paraaf]
[Paraaf]
[Linksonder, gedrukt]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Het document is een intern advies van een ambtelijke afdeling (mogelijk de sectie van de "Generaal Adviseur") over de afhandeling van correspondentie van een burger, de heer Jansen. De toon van de notitie is afwijzend en bureaucratisch. De schrijver kwalificeert de afzender als een professionele "brieven-schrijver", een pejoratieve term voor iemand die de overheid bestookt met onduidelijke en onbewijsbare klachten.
De kern van het advies is om de brief van 15 oktober 1942, evenals alle toekomstige correspondentie van deze persoon, onbeantwoord te laten ("terzijde te leggen"). De vele correcties in de tekst duiden op een proces van zorgvuldige formulering om de voorgestelde niet-afhandeling ambtelijk te rechtvaardigen. Dit document stamt uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het gebruik van het "Alg. Zaken-Model" wijst op een link met het Departement van Algemene Zaken. In deze periode bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat grotendeels functioneren volgens de bestaande hiërarchie en procedures.
Dergelijke archiefstukken geven inzicht in de dagelijkse gang van zaken binnen de bureaucratie tijdens de oorlogsjaren en de manier waarop de overheid omging met (lastige) burgers. Het toont hoe ambtenaren probeerden hun werkdruk te reguleren door bepaalde correspondenten te labelen als "niet ernstig te nemen", een praktijk die ook buiten oorlogstijd voorkwam maar hier in een specifiek historisch kader staat. M. No