Handgeschreven zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief. 9 juli 1942. J. Roodbergen, Rijnstraat 252-II, Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. Amsterdam 9 Juli 1942
Den Heer Directeur van het
Marktwezen
Jan v. Galenstr. 14.
Alhier.
WelEdelgest. Heer,
Hiermede bevestig ik de
goede ontvangst van Uw kaartschrijven
inzake toewijzing vaste plaats op de Albert-
Cuypmarkt. Daar zich intusschen
een wijziging ten gunste heeft voorgedaan,
is de wachtgeldregeling niet op mij
van toepassing zal worden gebracht, heb
ik besloten niet verder met de verkoop
van bloemen door te gaan, hetgeen echter
niet wegneemt, dat ik alsnog van
harte dankzeg voor de medewerking die
ik uwerzijds heb mogen ondervinden.
Intusschen teeken ik met de
meeste hoogachting:
(handtekening: J Roodbergen)
J. Roodbergen
Rijnstraat 252 II
A’dam Z.
[Marginalia rechtsonder:]
Opbergen ?
Hr. Velthoerken
ter kennisneming
15-7-42
de Heer V
Thans opbergen 1/10 In deze brief stelt de heer J. Roodbergen de directeur van het Amsterdamse Marktwezen ervan op de hoogte dat hij afziet van een toegewezen vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt. De aanleiding voor zijn eerdere aanvraag was vermoedelijk een economische noodzaak waarbij hij aanspraak maakte op de "wachtgeldregeling" (een vorm van uitkering voor werklozen of zij die tijdelijk zonder inkomsten zaten).
Omdat er een "wijziging ten gunste" is opgetreden in zijn persoonlijke situatie, hoeft hij geen gebruik meer te maken van deze regeling en besluit hij tevens te stoppen met de bloemenverkoop. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, wat blijkt uit de aanhef ("WelEdelgest. Heer") en de dankzegging voor de ondervonden medewerking.
Opvallend is de grammaticale fout in de zin: "is de wachtgeldregeling niet op mij van toepassing zal worden gebracht". De schrijver lijkt hier twee zinsconstructies te hebben verward, wat vaker voorkomt in handgeschreven correspondentie uit die tijd. De brief dateert van juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie van de afzender (Rijnstraat) en de markt (Albert Cuyp) liggen in Amsterdam-Zuid en De Pijp, buurten die destijds zwaar getroffen werden door de anti-Joodse maatregelen, al is uit de brief niet direct op te maken of de afzender Joods was.
De brief biedt een inkijkje in de ambtelijke molen van het Marktwezen in oorlogstijd. De "wachtgeldregeling" wijst op de moeizame economische omstandigheden waarin veel kleine zelfstandigen en werklozen verkeerden. De verkoop van bloemen op straat was een gebruikelijke manier om in crisistijd een inkomen te genereren. De administratieve aantekeningen rechtsonder tonen het interne proces bij de gemeente aan: de brief is gelezen, voor kennisgeving aangenomen door specifieke ambtenaren (mogelijk de heer Velthoerken) en uiteindelijk gearchiveerd in oktober 1942. J. Roodbergen Marktwezen