Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 4 augustus 1942. H.L. Hartman, wonende aan de Rustenburgerstraat 121-II, Amsterdam. Een niet nader genoemde functionaris (geadresseerd als "Weled. Heer"), waarschijnlijk van de gemeentelijke marktdienst. [Links bovenin gestempeld/geschreven:]
Nº 25/30/1 M. 1942 6/8
[Rechts bovenin:]
A’dam 4 Aug. 1942
[Rechts in de marge, verticaal/schuin geschreven:]
vis. Insp.
(Th. van Heukelum advies vr.)
TH
[Hoofdtekst:]
Weled. Heer
Ondergetekende H.L. Hartman wonende
Rustenburgerstr. 121 II standplaatshouder op de Albert-
Cuypstr. b.d. Ferd. Bolstr. zendt U.Ed. hierbij zijn
schrijven a.g. een verzoek, voor verlenging van zijn
standplaats.
Om de volgende reden, dat ik nu voor de
Weermacht aan het werk ben op Schiphol.
Hopende dat U.Ed. mijn verzoek inwilligt
verblijf ik met de meeste
Hoogacht.
H L Hartman * Kern van de tekst: De heer Hartman, een marktkoopman met een standplaats op de Albert Cuypmarkt (nabij de Ferdinand Bolstraat), verzoekt om een verlenging van zijn standplaatsvergunning.
* Argumentatie: Als reden voor dit verzoek voert hij aan dat hij momenteel werkzaamheden verricht voor de "Weermacht" (het Duitse leger) op vliegveld Schiphol. Hij gebruikt dit werk voor de bezetter als legitieme reden om zijn rechten op de standplaats te behouden, ook al kan hij er op dat moment waarschijnlijk niet zelf staan.
* Administratief proces: De kanttekening in de marge ("vis. Insp.") duidt op een visum of paraph van een inspecteur. Er wordt verwezen naar een zekere Th. van Heukelum voor advies over de zaak. De initialen "TH" onderaan de notitie bevestigen deze betrokkenheid. Dit document is een treffend voorbeeld van de interactie tussen de burger en het lokale bestuur tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Albert Cuypmarkt was ook toen een essentieel onderdeel van de Amsterdamse economie.
Het feit dat Hartman zijn werk voor de "Weermacht op Schiphol" benadrukt, is historisch relevant. Tijdens de oorlog werd Schiphol door de Duitsers uitgebouwd tot een belangrijk militair steunpunt (Fliegerhorst). Veel Amsterdammers werkten daar, deels als gedwongen arbeid (Arbeitseinsatz) en deels om economische redenen of om vrijstelling te krijgen van andere vormen van tewerkstelling. In officiële correspondentie werd dergelijk werk vaak aangevoerd als een 'prioriteit' om medewerking van instanties af te dwingen of te versnellen. De bureaucratie bleef ondanks de oorlogssituatie grotendeels intact en volgde strikte administratieve paden. H.L. Hartman Hartman (De heer)