Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 310
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

4 augustus 1942 Van: Een visboer van de Albert Cuypmarkt (niet bij naam genoemd op deze zijde) Aan: Een niet nader genoemde functionaris ("Wel. Edele Heer"), waarschijnlijk werkzaam bij het marktwezen of het gemeentebestuur.

Origineel

4 augustus 1942 Een visboer van de Albert Cuypmarkt (niet bij naam genoemd op deze zijde) Een niet nader genoemde functionaris ("Wel. Edele Heer"), waarschijnlijk werkzaam bij het marktwezen of het gemeentebestuur. [Linksboven in rood/blauw stempel/schrift:]
№ 25/31/1 M. 1942 28/8

[Rechtsboven:]
4 Aug. 1942. A’dam.

[Aantekeningen in de marge rechtsboven:]
m. v. Z... D
Th. v. Meerkerken
Wat is Uw oordeel
hieromtrent?
[Paraaf]
6/8 42

[Hoofdtekst:]
Wel. Edele. Heer.

Beleefd vraag ik uw welwillende mede-
werking aangaande t’ volgende verzoek.
U moet weten dat wij als vaders van
gezinnen op den markt Alb. Cuypstraat
met vis ons brood trachten te ver-
dienen, wat al zoon [zo’n] moeilijke taak
is in deze tijd. Nu wou ik t’ volgende
onder aan uw vragen, wie moet nu
voor zijn gezin trachten t’ brood te
verdienen den Man of den Vrouw.
Wij staan zoo ongeveer dagelijk met
twaalf à veertien menschen en daar
staan vrij vijf vrouwen van deze
mannen met hun handel, daar
zij er niet beka... bekwaamd voor
zijn om hun handel te verkoopen
Zoo doende spannen zij er hun
vrouwen voor, zou t’ dan niet beter
zijn dat deze mannen desgewenscht
voor den nieuwe orde productief
werk telaten doen, want ik en
mijn colega’s worden door deze
vrouwen benadeeld, want t’ publiek
koopt eerder bij een vrouw als man
Z.O.Z. * Inhoud: De schrijver, een visboer op de Albert Cuypmarkt, beklaagt zich over oneerlijke concurrentie. Hij stelt dat sommige mannelijke collega-visboeren hun vrouwen de vis laten verkopen omdat het publiek eerder bij een vrouw koopt. Hij ervaart dit als een bedreiging voor zijn broodwinning.
* Retoriek: De schrijver hanteert een opvallende strategie door de bezetter te pleasen. Hij vraagt retorisch of het niet beter is dat deze concurrerende mannen "productief werk voor den nieuwe orde" gaan doen. Dit is een directe verwijzing naar de nationaalsocialistische terminologie en de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling). Hij probeert dus zijn concurrenten uit de weg te ruimen door ze voor te dragen voor dwangarbeid.
* Taalgebruik: Het document bevat diverse spelfouten en archaïsmen (bijv. "zoon" voor "zo’n", "telaten" voor "te laten", "colega’s"). De toon is formeel-onderdanig ("Beleefd vraag ik"), wat typerend was voor brieven aan de autoriteiten in die tijd.
* Marginale notities: De aantekeningen rechtsboven laten zien dat de brief serieus is genomen binnen de ambtelijke molen. Er wordt om een oordeel gevraagd door een superieur aan een ondergeschikte (Th. v. Meerkerken). Dit document is een treffend voorbeeld van het dagelijks leven en de onderlinge spanningen in bezet Nederland (1942). In een tijd van schaarste en economische druk werden de verhoudingen op de markt op scherp gezet.

De Albert Cuypmarkt was van oudsher een plek met veel Joodse handelaren, maar in de zomer van 1942 waren de meesten van hen al van de markt verdreven of weggevoerd. De overgebleven handelaren vochten om de gunst van de klant. Het feit dat de schrijver zijn concurrenten probeert aan te geven bij de "nieuwe orde" laat zien hoe de ideologie van de bezetter werd geïnstrumentaliseerd voor persoonlijk gewin of broodnijd. De brief getuigt van de morele erosie waarbij burgers elkaar "verraden" of proberen te benadelen via de weg van de bezettingsautoriteiten. Marktwezen

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, een visboer op de Albert Cuypmarkt, beklaagt zich over oneerlijke concurrentie. Hij stelt dat sommige mannelijke collega-visboeren hun vrouwen de vis laten verkopen omdat het publiek eerder bij een vrouw koopt. Hij ervaart dit als een bedreiging voor zijn broodwinning.
  • Retoriek: De schrijver hanteert een opvallende strategie door de bezetter te pleasen. Hij vraagt retorisch of het niet beter is dat deze concurrerende mannen "productief werk voor den nieuwe orde" gaan doen. Dit is een directe verwijzing naar de nationaalsocialistische terminologie en de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling). Hij probeert dus zijn concurrenten uit de weg te ruimen door ze voor te dragen voor dwangarbeid.
  • Taalgebruik: Het document bevat diverse spelfouten en archaïsmen (bijv. "zoon" voor "zo’n", "telaten" voor "te laten", "colega’s"). De toon is formeel-onderdanig ("Beleefd vraag ik"), wat typerend was voor brieven aan de autoriteiten in die tijd.
  • Marginale notities: De aantekeningen rechtsboven laten zien dat de brief serieus is genomen binnen de ambtelijke molen. Er wordt om een oordeel gevraagd door een superieur aan een ondergeschikte (Th. v. Meerkerken).

Historische Context

Dit document is een treffend voorbeeld van het dagelijks leven en de onderlinge spanningen in bezet Nederland (1942). In een tijd van schaarste en economische druk werden de verhoudingen op de markt op scherp gezet.

De Albert Cuypmarkt was van oudsher een plek met veel Joodse handelaren, maar in de zomer van 1942 waren de meesten van hen al van de markt verdreven of weggevoerd. De overgebleven handelaren vochten om de gunst van de klant. Het feit dat de schrijver zijn concurrenten probeert aan te geven bij de "nieuwe orde" laat zien hoe de ideologie van de bezetter werd geïnstrumentaliseerd voor persoonlijk gewin of broodnijd. De brief getuigt van de morele erosie waarbij burgers elkaar "verraden" of proberen te benadelen via de weg van de bezettingsautoriteiten.

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Pan Huishoudelijk: Pannen Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6