Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 325
Dossier 76
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

7 augustus 1942. Van: Hermann Evert Reeders, wonende aan de Van Woustraat 113-II, Amsterdam-Zuid. Aan: Een niet nader genoemde autoriteit (geadresseerd als "WelEdele Heer"), vermoedelijk de Dienst van het Marktwezen.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. 7 augustus 1942. Hermann Evert Reeders, wonende aan de Van Woustraat 113-II, Amsterdam-Zuid. Een niet nader genoemde autoriteit (geadresseerd als "WelEdele Heer"), vermoedelijk de Dienst van het Marktwezen. A.dam 7 Aug 42

WelEdele Heer

Ondergeteekende,
Hermann Evert Reeders, verzoekt
beleefd een vergunning voor zijn
zoon, Lodewijk, Mattheus Reeders
om aan mijn Stal te staan, als
ik eventueel weg moet, en mijn
werk over moet nemen. Ik
sta met de Stal, in de Albert
Cuypstraat. Hopende, dat U
aan mijn verzoek zal willen voldoen.

Hoogachtend
H. E. Reeders
v Woustraat 113 II
Zuid

[Onderaan toegevoegd:]
№ 25/34/1 M. 1942 12/8
zie verso In deze brief verzoekt Hermann Evert Reeders om een officiële machtiging voor zijn zoon, Lodewijk Mattheus, om zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt te bemannen. De kern van het verzoek ligt in de zinsnede: "als ik eventueel weg moet". Hoewel de brief formeel en zakelijk van toon is, getuigt deze korte passage van de grote onzekerheid waarin Amsterdammers in de zomer van 1942 leefden.

De afzender woonde in de Van Woustraat, in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt, een buurt met in die tijd een aanzienlijke Joodse bevolking en veel kleine middenstanders. Het document is administratief verwerkt op 12 augustus 1942, zoals blijkt uit het stempel onderaan. De aantekening "zie verso" wijst erop dat er op de achterzijde waarschijnlijk een ambtelijke beslissing of verdere notities staan. Het document moet worden gezien tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In augustus 1942 was de situatie in Amsterdam grimmig: de grootschalige deportaties van Joodse burgers waren een maand eerder begonnen en de druk op de mannelijke bevolking voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland) nam toe.

Voor marktkooplieden was een vergunning van het Marktwezen van levensbelang voor hun inkomen. Omdat vergunningen persoonsgebonden waren, was formele toestemming nodig om een familielid de stal te laten overnemen. De vage bewoording "weg moeten" was in die tijd een eufemisme voor verschillende vormen van gedwongen vertrek (tewerkstelling, onderduik of deportatie). Met dit schrijven probeerde de vader de continuïteit van de familie-onderneming veilig te stellen in een periode van extreme maatschappelijke ontwrichting. E. Reeders Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt Hermann Evert Reeders om een officiële machtiging voor zijn zoon, Lodewijk Mattheus, om zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt te bemannen. De kern van het verzoek ligt in de zinsnede: "als ik eventueel weg moet". Hoewel de brief formeel en zakelijk van toon is, getuigt deze korte passage van de grote onzekerheid waarin Amsterdammers in de zomer van 1942 leefden.

De afzender woonde in de Van Woustraat, in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt, een buurt met in die tijd een aanzienlijke Joodse bevolking en veel kleine middenstanders. Het document is administratief verwerkt op 12 augustus 1942, zoals blijkt uit het stempel onderaan. De aantekening "zie verso" wijst erop dat er op de achterzijde waarschijnlijk een ambtelijke beslissing of verdere notities staan.

Historische Context

Het document moet worden gezien tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In augustus 1942 was de situatie in Amsterdam grimmig: de grootschalige deportaties van Joodse burgers waren een maand eerder begonnen en de druk op de mannelijke bevolking voor de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling in Duitsland) nam toe.

Voor marktkooplieden was een vergunning van het Marktwezen van levensbelang voor hun inkomen. Omdat vergunningen persoonsgebonden waren, was formele toestemming nodig om een familielid de stal te laten overnemen. De vage bewoording "weg moeten" was in die tijd een eufemisme voor verschillende vormen van gedwongen vertrek (tewerkstelling, onderduik of deportatie). Met dit schrijven probeerde de vader de continuïteit van de familie-onderneming veilig te stellen in een periode van extreme maatschappelijke ontwrichting.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6