Ambtelijk advies / brief-fragment.
Origineel
Ambtelijk advies / brief-fragment. 20 augustus 1913. M. i. brengt de billijkheid mede, dat de drie
genoemde losse plaatshouders alsnog in de gelegen-
heid worden gesteld om een vaste plaats toegewezen
te krijgen.
Mocht U mijn zienswijze deelen en is het moge-
lijk de toekenning van een vaste plaats te bevor-
deren, dan dient in afwachting van de eventueele
toekenning van een vaste plaats hun bestem-
ming te worden verleend om losse plaatsen te blijven
bezetten.
Andere oude gevallen doen zich hier niet voor.
Amsterdam, 20 Aug 13
G Mooiekuiken
chef-marktopzichter
acc. fs. * Inhoud: De tekst is een formeel advies van de chef-marktopzichter aan een hogere autoriteit (waarschijnlijk de marktmeester of het gemeentebestuur). Hij pleit ervoor dat drie specifieke 'losse' (tijdelijke) marktkooplieden een vaste standplaats krijgen toegewezen. Hij voert "billijkheid" (rechtvaardigheid) aan als argument. Zolang de procedure loopt, adviseert hij hen toe te staan hun huidige losse plaatsen te blijven gebruiken.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele ambtelijke stijl van het begin van de 20e eeuw, inclusief de afkorting "M. i." voor Mijns inziens. De spelling volgt de toenmalige normen (bijv. "deelen", "eventueele").
* Handschrift: Een vlot, geoefend kantoorschrift. De handtekening is karakteristiek voor de periode. De toevoeging "acc. fs." onderaan duidt waarschijnlijk op een akkoordbevinding door een controlerende instantie of secretaris. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktadministratie van 1913. In die tijd was de overgang van een 'losse' naar een 'vaste' plaats cruciaal voor de bestaanszekerheid van een marktkoopman; een vaste plaats garandeerde immers een vaste standplaats en een stabiele klantenkring. Het Marktwezen in Amsterdam was strikt gereguleerd om wildgroei en conflicten te voorkomen. De chef-marktopzichter fungeerde hierbij als de schakel tussen de praktijk op de werkvloer en de stedelijke bureaucratie. Het feit dat er expliciet wordt vermeld dat er geen "andere oude gevallen" zijn, suggereert dat men probeerde precedentwerking te voorkomen en dit als een uitzondering presenteerde.