Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 332
Dossier 105
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief (getypt).

26 mei 1942. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage (Afdeling Erkenningen). Aan: F.H.J. Overwater, Boerenwetering 72, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Afschrift van een officiële brief (getypt). 26 mei 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, 's-Gravenhage (Afdeling Erkenningen). F.H.J. Overwater, Boerenwetering 72, Amsterdam-Zuid. Afschrift van een schrijven van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale
te -'s Gravenhage aan F.H.J.Overwater Boerenwetering 72 Amsterdam-Zuid.


Afdeeling Bericht op schrijven Dict: dSm.
Erkenningen van 2o/5 '42 Typ : CW .


Bij antwoord datum en
afdeeling vermelden
Toestel :12.

                            's Gravenhage 26 Mei 1942.

Mijnheer.

  In antwoord op Uw schrijven van 2o Mei j.l. deelen wij U mede,

dat U met de in Uw bezit zijnde erkenningskaart nr. 31527, groep Markt-
tuinders, gerechtigd bent Uw eigen geteelde producten op een publieke
markt aan particulieren te verkoopen, mits Uw teeltvergunning beneden
de 5o are is.

                                H o o g a c h t e n d .
                            Nederl.Groenten- en Fruitcentrale
                                w.g. 2 onleesbare handteekeningen.
                                _________________________________
                                    ? Het document is een getypt afschrift van een besluit van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC). De kern van de brief is de bevestiging dat de geadresseerde, de heer Overwater, gemachtigd is om zijn eigen producten rechtstreeks aan consumenten te verkopen op een openbare markt.

Er worden twee specifieke voorwaarden/identificatoren genoemd:
1. Het bezit van een specifieke erkenningskaart (nr. 31527) voor de groep "Markttuinders".
2. Een kwantitatieve beperking: de teeltvergunning moet kleiner zijn dan 50 are (5000 m²). Dit suggereert dat voor grotere producenten andere, waarschijnlijk strengere regels golden wat betreft verplichte levering aan centrale Depots.

Het document vertoont de typische kenmerken van oorlogsbestuurlijke correspondentie, met strikte verwijzingen naar eerdere schrijven en afdelingscodes. Dit schrijven dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een overheidsorgaan dat tijdens de bezettingstijd de volledige controle had over de productie, prijsvorming en distributie van tuinbouwproducten.

De bezetter voerde een strak geleide economie in om de voedselvoorziening te beheersen en te voorkomen dat producten op de zwarte markt terechtkwamen. Tuinders waren verplicht zich te registreren en hun oogst via officiële kanalen aan te bieden. Dit document is een bewijs van de bureaucratische regeldruk: zelfs kleine producenten (onder de 50 are) hadden officiële schriftelijke toestemming en een "erkenningskaart" nodig om legaal hun eigen waar op de markt te mogen verkopen.

Samenvatting

Het document is een getypt afschrift van een besluit van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC). De kern van de brief is de bevestiging dat de geadresseerde, de heer Overwater, gemachtigd is om zijn eigen producten rechtstreeks aan consumenten te verkopen op een openbare markt.

Er worden twee specifieke voorwaarden/identificatoren genoemd:
1. Het bezit van een specifieke erkenningskaart (nr. 31527) voor de groep "Markttuinders".
2. Een kwantitatieve beperking: de teeltvergunning moet kleiner zijn dan 50 are (5000 m²). Dit suggereert dat voor grotere producenten andere, waarschijnlijk strengere regels golden wat betreft verplichte levering aan centrale Depots.

Het document vertoont de typische kenmerken van oorlogsbestuurlijke correspondentie, met strikte verwijzingen naar eerdere schrijven en afdelingscodes.

Historische Context

Dit schrijven dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een overheidsorgaan dat tijdens de bezettingstijd de volledige controle had over de productie, prijsvorming en distributie van tuinbouwproducten.

De bezetter voerde een strak geleide economie in om de voedselvoorziening te beheersen en te voorkomen dat producten op de zwarte markt terechtkwamen. Tuinders waren verplicht zich te registreren en hun oogst via officiële kanalen aan te bieden. Dit document is een bewijs van de bureaucratische regeldruk: zelfs kleine producenten (onder de 50 are) hadden officiële schriftelijke toestemming en een "erkenningskaart" nodig om legaal hun eigen waar op de markt te mogen verkopen.

Gerelateerde Documenten 6