Archief 745
Inventaris 745-374
Pagina 337
Dossier 83
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief / Kennisgeving van tuchtrechtelijke veroordeling.

29 augustus 1942. Van: De Inspecteur van Politie, Chef bur. Economische Zaken (namens de Hoofdcommissaris).

Origineel

Dienstbrief / Kennisgeving van tuchtrechtelijke veroordeling. 29 augustus 1942. De Inspecteur van Politie, Chef bur. Economische Zaken (namens de Hoofdcommissaris). [Stempel rechtsboven: 956]

HOOFDBUREAU VAN POLITIE

Amsterdam-C., 29 Augustus 1942.

Dict.vdo/M.
Groep B.
Doss.P 1/42.
Lr.EZ No. 1166/42.

[Stempel links: Nº 25/38/1]
[Groot blauw stempel midden: M. 1942]
[Handgeschreven in blauw over stempel: w. [onleesbaar]]

Ik heb de eer U te berichten, dat GERRIT VAN HILTEN, geboren te Amsterdam, 28 September 1918, greentenhandelaar, wonende Govert Flinckstraat 204 huis, alhier, door den Inspecteur voor de Prijsbeheersching te Amsterdam, tuchtrechtelijk is veroordeeld o.m. tot sluiting van zijn bedrijf en tot stillegging van zijn bedrijfsmiddelen voor den tijd van één jaar, ingaande 27 Augustus 1942.

In verband met het feit, dat Van Hilten geen winkelzaak heeft, doch wel een hem toegewezen plaats op de Centrale Markt, moge ik U verzoeken te willen bevorderen, dat bijgaande bekendmaking aldaar wordt aangeplakt.

Coll.: mdg. [handgeschreven]

DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
De Inspecteur van Politie
Chef bur. Economische Zaken

[Handtekening]

L. J. Ponne.

Aan den Heer Directeur van het
Marktwezen
te
AMSTERDAM.

[Handgeschreven aantekeningen onderaan in blauwe inkt met pijl vanaf 'Marktwezen':]
heeft een vaste plaats o d markt als koopman
[en een krabbel met cijfer 9]

[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder in rode inkt:]
th. [onleesbaar]
m [onleesbaar] 2.9.2.

M 72 - 10000-4-42 K 9665 Dit document is een officiële notificatie van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de zaak is de tuchtrechtelijke veroordeling van Gerrit van Hilten, een 23-jarige groentenhandelaar. Vanwege een overtreding geconstateerd door de Inspecteur voor de Prijsbeheersing, moet zijn bedrijf voor de duur van één jaar (vanaf 27 augustus 1942) worden gesloten.

Omdat de betrokkene geen fysieke winkel heeft maar een standplaats op de Centrale Markt, verzoekt de politie om de bekendmaking van deze straf publiekelijk aan te plakken op de markt. Dit diende niet alleen als uitvoering van de straf, maar ook als publieke waarschuwing voor andere handelaren. De handgeschreven krabbel onderaan bevestigt dat Van Hilten inderdaad een vaste standplaats als koopman had. Het document dateert uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om inflatie en woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften vast via de "Inspecteur voor de Prijsbeheersing".

De handhaving hiervan lag bij de Economische Politie (Bureau Economische Zaken). Overtredingen, zoals het verkopen boven de vastgestelde maximumprijzen, werden zwaar bestraft met boetes of, zoals in dit geval, langdurige bedrijfssluitingen. Dit soort tuchtrechtelijke maatregelen was bedoeld om de distributie van schaarse goederen onder controle te houden, al werden ze door de bevolking vaak ervaren als repressieve maatregelen van het bezettingsregime. De Govert Flinckstraat, waar Van Hilten woonde, ligt in de Pijp, een wijk die destijds veel marktkooplieden huisvestte die op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt of de Centrale Markt werkten.

Samenvatting

Dit document is een officiële notificatie van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de zaak is de tuchtrechtelijke veroordeling van Gerrit van Hilten, een 23-jarige groentenhandelaar. Vanwege een overtreding geconstateerd door de Inspecteur voor de Prijsbeheersing, moet zijn bedrijf voor de duur van één jaar (vanaf 27 augustus 1942) worden gesloten.

Omdat de betrokkene geen fysieke winkel heeft maar een standplaats op de Centrale Markt, verzoekt de politie om de bekendmaking van deze straf publiekelijk aan te plakken op de markt. Dit diende niet alleen als uitvoering van de straf, maar ook als publieke waarschuwing voor andere handelaren. De handgeschreven krabbel onderaan bevestigt dat Van Hilten inderdaad een vaste standplaats als koopman had.

Historische Context

Het document dateert uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en goederen. Om inflatie en woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften vast via de "Inspecteur voor de Prijsbeheersing".

De handhaving hiervan lag bij de Economische Politie (Bureau Economische Zaken). Overtredingen, zoals het verkopen boven de vastgestelde maximumprijzen, werden zwaar bestraft met boetes of, zoals in dit geval, langdurige bedrijfssluitingen. Dit soort tuchtrechtelijke maatregelen was bedoeld om de distributie van schaarse goederen onder controle te houden, al werden ze door de bevolking vaak ervaren als repressieve maatregelen van het bezettingsregime. De Govert Flinckstraat, waar Van Hilten woonde, ligt in de Pijp, een wijk die destijds veel marktkooplieden huisvestte die op de nabijgelegen Albert Cuypmarkt of de Centrale Markt werkten.

Gerelateerde Documenten 6